ECLI:NL:RBZWB:2026:3226
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting en aanmaningskosten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de invorderingsambtenaar van de gemeente Tilburg. De naheffingsaanslag betrof een niet tijdige betaling van parkeerbelasting voor een voertuig. Na het niet voldoen van de aanslag binnen de gestelde termijn, werd een aanmaning met aanmaningskosten verzonden.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 behandeld en beoordeelt of de uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd en of de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de invorderingsambtenaar onvoldoende is ingegaan op het betoog van belanghebbende dat de betaling reeds was verricht, maar passeert dit gebrek omdat de belangen van belanghebbende niet zijn geschaad.
De rechtbank stelt vast dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd omdat de betaling niet tijdig was voldaan en belanghebbende onvoldoende heeft gecontroleerd of de betaling daadwerkelijk was geslaagd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een vergoeding van het griffierecht omdat de motivering van de uitspraak op bezwaar tekortschiet.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard, maar het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.