ECLI:NL:RBZWB:2026:3251
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling heffingsambtenaar tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep rioolheffingen
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen de aanslagen rioolheffingen over de jaren 2021 tot en met 2024. Dit beroep is ingetrokken nadat de heffingsambtenaar de aanslagen geheel heeft ingetrokken. Belanghebbende verzocht vervolgens om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de bestuursrechter op verzoek de proceskosten kan toewijzen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €33,36 voor reiskosten, gebaseerd op openbaar vervoer, en bevestigt dat het griffierecht van €51 reeds door de heffingsambtenaar wordt vergoed.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van €33,36. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €33,36 aan belanghebbende.