Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3251

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
24/2684
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling heffingsambtenaar tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep rioolheffingen

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen de aanslagen rioolheffingen over de jaren 2021 tot en met 2024. Dit beroep is ingetrokken nadat de heffingsambtenaar de aanslagen geheel heeft ingetrokken. Belanghebbende verzocht vervolgens om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de bestuursrechter op verzoek de proceskosten kan toewijzen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €33,36 voor reiskosten, gebaseerd op openbaar vervoer, en bevestigt dat het griffierecht van €51 reeds door de heffingsambtenaar wordt vergoed.

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van €33,36. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €33,36 aan belanghebbende.

Uitspraak

vRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/2684
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 april 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar tot een vergoeding van proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 januari 2024. Hij heeft zijn beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar de aanslagen rioolheffingen voor de belastingjaren 2021, 2022, 2023 en 2024 heeft ingetrokken.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
2.1.
De rechtbank stelt de te vergoeden kosten vast op € 33,36 voor de reiskosten van belanghebbende, gebaseerd op de kosten van openbaar vervoer.
2.2.
Belanghebbende heeft € 51,- aan griffierecht betaald. De heffingsambtenaar heeft al toegezegd dit bedrag te zullen vergoeden. [3]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende van € 33,36.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.