Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eisende partij] worden vastgesteld op:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werknemer was werkzaam als kok en werd vanaf april 2023 ziek gemeld. Vanaf mei 2024 stopte de werkgever met het betalen van loon, terwijl de werknemer volgens de cao recht had op 75% loon in het tweede ziektejaar. De arbeidsovereenkomst eindigde op 1 september 2024, zonder dat de werkgever een eindafrekening maakte.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon over mei tot en met augustus 2024, wettelijke verhoging, vakantietoeslag, vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren en incassokosten. De werkgever stelde dat de loonstop gerechtvaardigd was vanwege weigering van passend werk en het verzoek tot een vaststellingsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de loonstop niet rechtsgeldig was omdat de aangeboden werkzaamheden niet passend waren en de werkgever te laat handelde. De werknemer had recht op 75% loon over de betreffende maanden, vakantietoeslag en een vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren, waarbij rekening werd gehouden met opgenomen vakantie en vervallen wettelijke vakantie-uren.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon, wettelijke verhoging, vakantietoeslag, vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren, incassokosten en wettelijke rente. De vordering voor niet-genoten vakantie-uren werd gedeeltelijk afgewezen vanwege genoten vakantie en vervallen uren. De proceskosten werden aan de zijde van de werknemer vastgesteld en aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren, incassokosten en wettelijke rente aan werknemer.