Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3260

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
25/3785
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Reimerswaal

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in de gemeente Reimerswaal, vastgesteld op €350.000 per 1 januari 2024. De heffingsambtenaar had het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Tijdens de mondelinge behandeling op 8 april 2026 werd onder meer besproken dat de WOZ-waarde was bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen rondom de waardepeildatum werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de eerdere referentiewoning waartegen bezwaar was gemaakt niet meer relevant was.

Belanghebbende stelde dat de berekening van de prijs per eenheid (PPE) niet inzichtelijk was, maar de heffingsambtenaar toonde aan dat via een groottecorrectie rekening was gehouden met verschillen in grootte. Bovendien was het verschil tussen de getaxeerde waarde en de beschikking €17.000, wat betekent dat zelfs met een lagere PPE de waarde hoger zou uitvallen dan de beschikking.

De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €350.000 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3785
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] , verbonden aan Het Nieuwe WOZ-Bureau),
en

de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 26 juni 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres 1] (de woning) op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 350.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Reimerswaal voor het jaar 2025 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en [deskundige] (deskundige). Namens de heffingsambtenaar heeft mr. B. de Smit deelgenomen.
1.4.
Aan het einde van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

Overwegingen

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt hierna uit waarom.
2.1.
De WOZ-waarde van de woning is bepaald met de vergelijkingsmethode. Dit houdt in dat de waarde van de woning wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking met de verkoopopbrengst van woningen die rondom de waardepeildatum zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. De rechtbank acht de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar met de woning. De eerder gebruikte referentiewoning [adres 2] , waar belanghebbende bezwaar tegen had, speelt geen rol meer in de waardering.
2.2.
Het standpunt van belanghebbende op zitting was dat de berekening van de prijs per eenheid (PPE) niet inzichtelijk is gemaakt. De heffingsambtenaar heeft via de berekening grootte correctie weergegeven hoe er rekening is gehouden met het verschil in groottes en hoe dit terugkomt in de PPE. Daarnaast is sprake van een verschil van € 17.000 tussen de getaxeerde waarde en de beschikte waarde van € 350.000. Dit betekent dat ook als gerekend wordt met een lagere PPE, zoals door belanghebbende voorgesteld, er wordt uitgekomen op een getaxeerde waarde die hoger is dan de beschikte waarde.
2.3.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep van belanghebbende is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
2.4.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omgeschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. F. de Jong, griffier.
griffier
rechter
Het proces-verbaal is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee dit proces-verbaal aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.