Eiseres B.V. heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op het bezwaar tegen een besluit over een wijziging van een WIA-uitkering van een ex-werkneemster. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 23 december 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de vertraging grotendeels te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het onderzoek vertraagd was. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog te beslissen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor verdere overschrijding.
De rechtbank stelt ook de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom van €1.442,- vast en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 april 2026.