Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 6 januari 2026 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming, wordt een termijn van vier maanden opgelegd. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- vastgesteld voor het geval het UWV niet binnen deze termijn beslist.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet het UWV ook het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden. De rechtbank wijst het beroep toe zonder zitting en vernietigt het niet tijdig genomen besluit, waarmee het beroep gegrond wordt verklaard.