Eiser, stiefvader van een jeugdige, stelde het college van burgemeester en wethouders van Breda in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een individuele jeugdhulpvoorziening ingediend door de moeder van de jeugdige op 8 augustus 2025.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat het college de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het college een verlenging van vier weken verzocht vanwege de complexiteit van de situatie, oordeelt de rechtbank dat gezien de verstreken tijd een termijn van twee weken voldoende is om alsnog te beslissen.
De rechtbank legt het college een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het besluit uitblijft na de gestelde termijn. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 april 2026 door rechter M. Breeman.