Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3271

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
23/10839 WAJONG
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning Wajong-uitkering

Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 27 september 2023 waarin haar een Wajong-uitkering werd geweigerd. Op 10 februari 2026 wijzigde het UWV dit besluit en kende zij met ingang van 25 februari 2023 alsnog een Wajong-uitkering toe. Hierna trok verzoekster haar beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank besloot op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb, de behandeling van het verzoek ter zitting achterwege te laten. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb, kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV in de door verzoekster gemaakte reiskosten van € 22,64. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 50,- door het UWV vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster van € 22,64 na wijziging van het besluit en toekenning van een Wajong-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/10839 WAJONG
uitspraak van 21 april 2026 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[verzoekster], te [plaats], verzoekster,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV), verweerder.

Procesverloop

1.1
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 september 2023 (bestreden besluit) van het UWV over de weigering aan haar een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen.
1.2
Met het besluit van 10 februari 2026 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en aan eiseres met ingang van 25 februari 2023 een Wajong-uitkering toegekend.
1.3
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft met de brief van 13 april 2026 gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
1.4
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

2.1
Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2.2
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 10 februari 2026 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte reiskosten ten bedrage van € 22,64.
2.3
De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 50,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 22,64.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 21 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.