Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3292

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/446024 / FA RK 26-1317
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • persoon 3
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie met voorwaarden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1944, die lijdt aan vermoedelijke Alzheimer dementie.

Betrokkene wilde vrijwillig opgenomen worden in een instelling, mits haar kat mee kon, wat niet mogelijk was. De echtgenoot en dochter gaven aan dat de thuissituatie problematisch is door gedragsproblemen van betrokkene en overbelasting van mantelzorgers. De casemanager bevestigde dat opname noodzakelijk is, maar betrokkene was niet bestendig vrijwillig.

De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, dat geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn, en dat de vrijwilligheid niet bestendig is vanwege de kat en de overbruggingsplek. Daarom werd een machtiging verleend voor twee maanden, met afwijzing van het verzoek voor zes maanden, in afwachting van een oplossing voor de kat en een plek in de gewenste instelling.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twee maanden toegekend wegens ernstig nadeel en onbestendige vrijwilligheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446024 / FA RK 26-1317
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. A.W.A.P. Doesburg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , dochter van betrokkene;
  • [persoon 2] , casemanager;
  • de heer [persoon 3] , echtgenoot van betrokkene.
  • de heer [persoon 4] , schoonzoon van betrokkene;
1.3.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
- de heer [persoon 5] , broer van betrokkene

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene verklaart dat zij graag naar [hulpverlening] wil omdat zij uit de thuissituatie wil vanwege het vele schelden door haar man. Daarentegen wil ze de kat niet achterlaten en moet de kat mee naar de instelling. Als de rechter aangeeft dat dit niet mogelijk is stelt betrokkene dat de kat heel belangrijk voor haar is en dat ze die niet bij haar man wil achterlaten. Verder heeft de rechter aangegeven dat er vooralsnog geen plek is op [hulpverlening] en dat betrokkene dan tijdelijk ergens anders naar toe moet. In reactie hierop stelt betrokkene dat zij de desbetreffende overbruggingsplek te ver vindt.
3.2.
De echtgenoot van betrokkene geeft aan dat hij een tijdje terug hard met zijn hoofd op de stenen vloer is gevallen in huis toen hij terugkwam van een wandeling met de hond. De echtgenoot herinnert zich verder niks meer en er wordt ook niks tegen hem verteld. Volgens de echtgenoot wil de huisarts niet langs komen.
3.3.
De casemanager brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene tot nu toe een opname heeft geweigerd. Sinds een week of twee is betrokkene toegankelijker geworden met betrekking tot een opname. Betrokkene wil graag naar [hulpverlening] , maar daar is op dit moment geen plek. Er is een overbruggingsplek maar daar wil betrokkene niet naartoe. Ook de kat vormt een probleem. Meer inzet in de zorg dan nu al is ingezet is niet meer mogelijk en op de medicatie reageerde betrokkene niet goed.
3.4.
De dochter verklaart dat betrokkene inmiddels niet meer welkom is op de dagbesteding omdat ze voor onrust zorgt. Sinds de dochter is uitgevallen vanwege gezondheidsklachten is betrokkene hard achteruit gegaan. Betrokkene gaf eerst aan niet weg te willen maar nu wil ze weg omdat haar echtgenoot haar zou mishandelen, hetgeen de dochter overigens betwist.
3.5.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de vrijwilligheid van betrokkene. Betrokkene wil graag naar [hulpverlening] (met de kat) en niet naar een overbruggingsplek. Nu betrokkene een voorwaarde stelt aan haar opname, te weten het meenemen van de kat, kan de advocaat zich voorstellen dat er minder sprake is van vrijwilligheid.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee maanden en wijst de rest van het verzoek af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie vermoedelijk van het type Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade voor een ander, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene manipulatief gedrag vertoont en hulpverleners tegen elkaar opzet. Daarnaast raakt betrokkene snel geagiteerd, duldt zij geen tegenspraak en scheldt ze haar echtgenoot uit of gooit met voorwerpen. Betrokkene beschuldigt bovendien haar echtgenoot van onder meer mishandeling. De situatie is daardoor thuis gespannen. Betrokkene overschat verder haar eigen mogelijkheden, zo is zij van mening dat zij nog zelfstandig kan autorijden, boodschappen doen en koken. Daarnaast is er sprake van onveilig medicatiegebruik. Het lukt niet om met haar hier afspraken over te maken. Betrokkene belt regelmatig de hulpdiensten en soms zonder duidelijke aanleiding. Op de dagbesteding is aangegeven dat betrokkene niet langer welkom is doordat zij voor veel onrust zorgt. Voorts hebben de echtgenoot en de oudste dochter jarenlang samen de zorg voor betrokkene gedragen omdat betrokkene geen hulpverleners toeliet. Inmiddels heeft de oudste dochter de zorgtaken moeten staken wegens ernstige hartproblemen en is de echtgenoot, mede vanwege zijn eigen gezondheidsproblematiek, hierdoor overbelast geraakt.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurszorg nodig en die kan in de thuissituatie niet langer worden geboden.
4.5.
Hoewel betrokkene aangeeft dat ze opgenomen wil worden in [hulpverlening] , zou betrokkene wel graag zien dat de kat meegaat. Ze maakt zich ernstig zorgen over het achterlaten van haar kat bij haar echtgenoot omdat hij, naar zij stelt, niet voor de kat zorgt en hem niet goed behandeld. Daarom wil ze de kat graag mee. Daarnaast wil ze liever niet naar een andere instelling ter overbrugging maar stelt daar eventueel wel toe bereid te zijn. Ook daar zou betrokkene de kat graag meenemen. Nu er op dit moment nog geen oplossing voor de kat is gevonden en de kat niet mee kan naar de desbetreffende instellingen rijst de vraag of de vrijwilligheid van betrokkene bestendig is. Ook de omstandigheid dat ze vooralsnog niet naar de instelling van haar eerste keuze kan gaan speelt hierbij een rol. Tot een aantal weken geleden heeft betrokkene bovendien aangegeven dat ze beslist geen opname wenste. Dit beeld werd ook wel gezien bij de dagopvang. Hoewel ze aan de ene kant aangaf dat ze daar graag naar toe wilde, is de dochter toch vaak gebeld om haar op te komen halen omdat betrokkene naar huis wilde. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van bestendige vrijwilligheid.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. De problematiek laat zich niet verminderen door extra zorginzet van de hulpverleners.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal evenwel worden verleend voor de duur van twee maanden. De rechtbank is van oordeel dat de vrijwilligheid van betrokkene nog niet bestendig is gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen. Wel denkt de rechtbank dat het mogelijk is dat, wanneer er een oplossing is gevonden voor de kat en [hulpverlening] plek heeft, betrokkene vrijwillig in een instelling kan verblijven. Derhalve wordt de machtiging voor een kortere periode toegewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 mei 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. [persoon 3] , rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.