De minderjarige verzocht via een informele rechtsingang om wijziging van de zorgregeling met haar vader, met als doel een flexibele, onbegeleide contactregeling. De rechtbank hield rekening met een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin werd vastgesteld dat de vader zijn leven op orde heeft en de moeder ondanks haar verleden openstaat voor contactopbouw. De Raad adviseerde een geleidelijke opbouw van het contact onder begeleiding van hulpverlening.
Tijdens de mondelinge behandeling bevestigden de minderjarige en haar ouders het belang van een stapsgewijze opbouw van het contact, waarbij de hulpverlening een ondersteunende rol speelt. De rechtbank besloot de bestaande begeleide zorgregeling te handhaven en deze aan te vullen met een regeling waarbij het contact onder regie van hulpverlening in kleine stappen wordt opgebouwd.
Het uiteindelijke doel is dat de minderjarige voor haar achttiende verjaardag onbegeleid contact kan hebben met haar vader. De rechtbank legde dit besluit vast en stuurde een persoonlijke brief aan de minderjarige om de beslissing en het proces helder toe te lichten.