Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3293

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/439038 / FA RK 25-4327
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Voorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en opbouw onbegeleid contact tussen minderjarige en vader

De minderjarige verzocht via een informele rechtsingang om wijziging van de zorgregeling met haar vader, met als doel een flexibele, onbegeleide contactregeling. De rechtbank hield rekening met een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin werd vastgesteld dat de vader zijn leven op orde heeft en de moeder ondanks haar verleden openstaat voor contactopbouw. De Raad adviseerde een geleidelijke opbouw van het contact onder begeleiding van hulpverlening.

Tijdens de mondelinge behandeling bevestigden de minderjarige en haar ouders het belang van een stapsgewijze opbouw van het contact, waarbij de hulpverlening een ondersteunende rol speelt. De rechtbank besloot de bestaande begeleide zorgregeling te handhaven en deze aan te vullen met een regeling waarbij het contact onder regie van hulpverlening in kleine stappen wordt opgebouwd.

Het uiteindelijke doel is dat de minderjarige voor haar achttiende verjaardag onbegeleid contact kan hebben met haar vader. De rechtbank legde dit besluit vast en stuurde een persoonlijke brief aan de minderjarige om de beslissing en het proces helder toe te lichten.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en bepaalt dat het contact tussen de minderjarige en haar vader in kleine stappen, begeleid door hulpverlening, wordt opgebouwd naar onbegeleid contact.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/439038 / FA RK 25-4327
Datum uitspraak: 23 maart 2026
(Nadere) beschikking betreffende een informele rechtsingang
in de zaak van
[minderjarige],
hierna te noemen: [minderjarige] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
De Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, is op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter te adviseren.

1.Het (verdere) verloop van de zaak

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
  • de tussenbeschikking van deze rechtbank van 19 december 2025 en alle daarin opgenomen en vermelde stukken;
  • het rapport van de Raad van 29 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 30 december 2025;
  • de brief van de Raad van 5 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 8 januari 2026.
1.2
Op 27 februari 2026 heeft de (nadere) mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig [minderjarige] , de ouders en een vertegenwoordigster van de Raad.
De kinderrechter heeft daarnaast bijzondere toestemming verleend aan mw. [naam], de vertrouwenspersoon van [minderjarige] , mw. [persoon 1] , een begeleidster van de moeder, en dhr. [persoon 2] , een begeleider van de vader, om de mondelinge behandeling bij te wonen.

2.De (verdere) beoordeling

De vorige beschikking
2.1
De rechtbank verwijst naar de tussenbeschikking van 19 december 2025. [minderjarige] heeft de kinderrechter in haar brief verzocht de zorgregeling met de vader te wijzigen. Zij wil graag een flexibele contactregeling met de vader, zonder toezicht, en zij wil ook vrijgelaten worden in het contact met opa en oma (vaderszijde). Tijdens het gesprek van de kinderrechter met de ouders en de Raad zijn er zorgen gerezen over [minderjarige] . Zo heeft [minderjarige] zelfmoordneigingen gehad, is [minderjarige] volgens de moeder beïnvloedbaar en is er tussen de ouders geen contact. De rechtbank heeft de Raad, gelet op deze zorgen, verzocht om met een rapportage in beeld te brengen hoe het met [minderjarige] gaat. Dit maakt dat de rechtbank de verdere behandeling van de zaak heeft aangehouden in afwachting van het rapport van de Raad.
Het rapport van de Raad
2.2
Op 30 december 2025 is het rapport met bijbehorend advies van de Raad ontvangen. Daaruit blijkt, samengevat, dat de moeder nog veel last heeft van het verleden tussen haar en de vader. De moeder volgt hier echter momenteel therapie voor en het lukt haar om mee te denken over het contact tussen de vader en [minderjarige] . Daarnaast blijkt uit het rapport dat de vader in het verleden verschillende problemen heeft gehad, maar hij lijkt zijn leven weer op de rit te hebben. De vader krijgt ook begeleiding van [hulpverlening] . Hij is gemotiveerd en pakt tips en adviezen op. Verder is het gezinshuis waar [minderjarige] woont zeer positief over haar. [minderjarige] doet het op alle vlakken naar behoren. De Raad heeft wel zorgen over de emotionele ontwikkeling van [minderjarige] , aangezien zij in het verleden meermaals te kampen heeft gehad met suïcidale gedachten en de onderliggende spanningen binnen de familie van de moeder veel stress bij haar veroorzaken. Ook zijn er zorgen over het gebrek aan contact en samenwerking tussen het gezinshuis en de moeder. De Raad adviseert de rechtbank om vast te leggen dat het contact tussen de vader en [minderjarige] in kleine stappen kan worden opgebouwd, hetgeen in het begin begeleid kan worden door de al betrokken hulpverlening vanuit [hulpverlening] . Als het contact goed verloopt, kan men voortvarend te werk gaan, mede gelet op de leeftijd van [minderjarige] .
De nadere standpunten
2.3
[minderjarige] vertelt dat het goed met haar gaat. Ze begrijpt dat het contact met de vader in kleine stappen moet worden opgebouwd. [minderjarige] hoopt dat ze uiteindelijk contact met de vader kan hebben zonder haar opa en oma. Soms zit [minderjarige] niet lekker in haar vel als ze wordt geconfronteerd met haar verleden, bijvoorbeeld door therapie. Ze is gericht op de toekomst. [minderjarige] heeft tot slot veel last van de spanningen rondom deze zitting en haar examens.
2.4
De moeder verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat het voor [minderjarige] goed is als zij (opbouwend) contact heeft met de vader. De moeder ziet [minderjarige] om het weekend van zaterdag op zondag. Het zou goed zijn als de begeleiding na een omgangsmoment met iedereen overlegt hoe het is gegaan en de goede dingen benoemt richting [minderjarige] .
2.5
De vader geeft aan dat het prettig is als [hulpverlening] in het begin de contactopbouw met [minderjarige] ondersteunt, aangezien de vader nog nooit alleen de zorg over [minderjarige] heeft gehad. De vader sluit zich aan bij hetgeen de begeleiding vanuit [hulpverlening] aangeeft, namelijk dat het contact tussen de vader en [minderjarige] in kleine stappen kan worden opgebouwd, hetgeen in het begin begeleid kan worden door de al betrokken hulpverlening vanuit [hulpverlening] .
2.6
De Raad adviseert om de opbouw te beginnen door bijvoorbeeld een keer een kopje koffie te gaan drinken met begeleiding vanuit [hulpverlening] . Het is goed als deze contactopbouw parallel loopt aan de omgangsmomenten die er al zijn met de vader en de opa en oma.
De (verdere) inhoudelijke beoordeling
2.7
De rechtbank overweegt als volgt. Middels de rapportage van de Raad en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht, heeft de rechtbank een beeld kunnen vormen over hoe het nu met [minderjarige] gaat. Het gezinshuis waar [minderjarige] woont is zeer positief over haar en [minderjarige] doet het op alle vlakken naar behoren. Daarnaast is het gebleken dat de vader zijn leven weer op de rit heeft gekregen en staat de moeder, ondanks haar verleden met de vader, achter (de opbouw van) het contact tussen de vader en [minderjarige] . De Raad adviseert de rechtbank om vast te leggen dat het contact tussen de vader en [minderjarige] in kleine stappen kan worden opgebouwd, hetgeen in het begin begeleid kan worden door de al betrokken hulpverlening vanuit [hulpverlening] . Tijdens de mondelinge behandeling vult de Raad aan dat het van belang is dat de contactopbouw tussen [minderjarige] en de vader parallel loopt aan de omgangsmomenten die er al zijn met de vader en opa en oma. [minderjarige] en de ouders kunnen zich in dit advies vinden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de eerder bepaalde (begeleide) zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader zal blijven doorlopen, inhoudende dat er omgang zal zijn tussen de vader en [minderjarige] eenmaal per vier weken van vrijdag 13.00 uur tot zaterdag 18.30 uur, onder begeleiding van opa en oma, alsmede gedurende drie aaneengesloten nachten/dagen in de kerst-, mei- en herfstvakantie en in de zomervakantie gedurende een aaneengesloten week, afhankelijk van de mogelijkheden hiertoe van opa en oma.
2.8
Daarnaast zal de rechtbank voornoemde zorgregeling aanvullen en bepalen dat het contact tussen de vader en [minderjarige] onder regie van [hulpverlening] in kleine stappen kan worden opgebouwd. Het contact zal in het begin begeleid worden door de al betrokken hulpverlening vanuit [hulpverlening] . Als het contact goed verloopt, kan het contact verder voortvarend worden opgebouwd naar onbegeleid contact, mede gelet op de leeftijd van [minderjarige] . Het doel is dat toegewerkt wordt naar onbegeleid contact tussen [minderjarige] en haar vader voor de achttiende verjaardag van [minderjarige] .
2.9
De rechtbank vindt het belangrijk dat [minderjarige] een terugkoppeling krijgt van de beslissing. Daarom zal in een aparte brief aan haar worden uitgelegd wat de beslissing is.
De brief wordt naar het gezinshuis waar [minderjarige] verblijft verzonden. De inhoud van de brief is als volgt:
“Beste [minderjarige] ,
Op 27 februari 2026 heb jij op de zitting met de rechter gepraat over jouw wens om een flexibele regeling met je vader te hebben zonder toezicht. Je vertelde dat het goed gaat met jou, maar dat je de zitting wel spannend vindt. Ook heb je veel last van spanningen door de aankomende examens. Daarnaast hebben we het gehad over dat je het niet fijn vindt als je weer moet nadenken en praten over het verleden, omdat jij je liever wil focussen op de toekomst. Verder gaf je aan dat je begrijpt dat het contact tussen jou en jouw vader zonder begeleiding in kleine stapjes moet worden opgebouwd.
Tijdens de zitting heeft de rechter ook gepraat met jouw ouders en een mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechter heeft toen gehoord wat zij vinden van jouw wens. Jouw ouders en de Raad voor de Kinderbescherming vinden het een goed idee dat de begeleider van jouw vader vanuit [hulpverlening] (meneer [persoon 2] ) mee gaat kijken en mee gaat nadenken hoe het zelfstandige contact tussen jou en jouw vader opgebouwd kan worden, zodat jullie uiteindelijk zonder begeleiding contact met elkaar kunnen hebben. De Raad voor de Kinderbescherming vindt het ook een goed idee dat het contact dat je al heel lang met je vader en opa en oma hebt door blijft gaan. De rechter heeft nu genoeg informatie om een beslissing te nemen op jouw vraag.
De rechter zal beslissen dat het contact tussen jou en jouw vader door [hulpverlening] in kleine stappen kan worden opgebouwd. Het contact zal in het begin begeleid worden door [hulpverlening] . Als het contact goed verloopt, kan het contact verder snel worden opgebouwd naar onbegeleid contact. Het doel is dat toegewerkt wordt naar onbegeleid contact tussen jou en jouw vader voor jouw achttiende verjaardag. Verder beslist de rechter dat de contactregeling die jij al langer hebt met jouw vader en opa en oma door blijft gaan, zodat er niet te veel tegelijk verandert voor jou.
Hopelijk is het voor jou nu duidelijk wat de rechter heeft beslist. Met deze beslissing komt een einde aan deze procedure naar aanleiding van jouw brief.
De rechter wenst je veel succes met jouw examens en het allerbeste voor de toekomst.
Met vriendelijke groet,
De (kinder)rechter.”

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
wijzigt de zorgregeling zoals bepaald in de beschikking van 29 januari 2014
en bepaalt dat aanvullend op deze zorgregeling geldt dat [minderjarige] en de vader recht hebben op contact met elkaar conform hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 2.7 en 2.8 van deze beschikking;
3.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.