De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een stoornis in het schizofreniespectrum en verslavingsstoornissen.
Betrokkene vertoont zorgontwijkend gedrag en koppelt het innemen van medicatie aan het voorkomen van opname. Ondanks het niet persoonlijk verschijnen bij de zitting en het niet willen meewerken aan het onderzoek, heeft de onafhankelijke psychiater meerdere pogingen gedaan tot contact en baseerde zijn medische verklaring op dossiergegevens. De rechtbank oordeelde dat de verklaring aan de wettelijke eisen voldoet.
De rechtbank constateerde ernstig nadeel door de stoornis, waaronder levensgevaar, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en medicatieweigering in het verleden. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.
De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, bewegingsbeperking, beperkingen in het eigen leven waaronder communicatie, en opname in een accommodatie. De rechtbank wees de machtiging toe voor twaalf maanden, met het oog op evenredigheid en effectiviteit, en wees het verzoek tot toezicht af omdat dit niet nodig werd geacht.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Jansen, met mogelijkheid tot cassatie.