Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3297

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/445898 / FA RK 26-1256
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorgHR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij zorgontwijkend gedrag

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een stoornis in het schizofreniespectrum en verslavingsstoornissen.

Betrokkene vertoont zorgontwijkend gedrag en koppelt het innemen van medicatie aan het voorkomen van opname. Ondanks het niet persoonlijk verschijnen bij de zitting en het niet willen meewerken aan het onderzoek, heeft de onafhankelijke psychiater meerdere pogingen gedaan tot contact en baseerde zijn medische verklaring op dossiergegevens. De rechtbank oordeelde dat de verklaring aan de wettelijke eisen voldoet.

De rechtbank constateerde ernstig nadeel door de stoornis, waaronder levensgevaar, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en medicatieweigering in het verleden. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.

De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, bewegingsbeperking, beperkingen in het eigen leven waaronder communicatie, en opname in een accommodatie. De rechtbank wees de machtiging toe voor twaalf maanden, met het oog op evenredigheid en effectiviteit, en wees het verzoek tot toezicht af omdat dit niet nodig werd geacht.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Jansen, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445898 / FA RK 26-1256
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager;
  • de heer [persoon 2] , psychiater.
1.3.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling meldt de advocaat van betrokkene dat betrokkene niet bij de mondelinge behandeling aanwezig wil zijn en hij meldt ook nadrukkelijk dat betrokkene niet door de rechtbank wil worden gehoord. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet gehoord wilde worden. De rechtbank besluit daarop de mondelinge behandeling voort te zetten in afwezigheid van betrokkene. De casemanager en psychiater hebben hiertegen geen bezwaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 15 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
De casemanager brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene al lange tijd zorgontwijkend gedrag vertoont. Betrokkene accepteert het depot maar gaat hierover wel in discussie omdat zij het depot niet wil ondermeer vanwege de bijwerkingen die zij ervaart. Inmiddels heeft betrokkene huishoudelijke hulp geaccepteerd en wil ze dagbesteding, waardoor er langzaam aan een stijgende lijn te zien is. Voorts geeft de casemanager aan dat betrokkene bij alle medicatie last heeft van bijwerkingen. Nog niet zo lang geleden is de medicatie van betrokkene daarom wat verlaagd. Desgevraagd verklaart de casemanager dat betrokkene recent niet opgenomen is geweest, na de laatste zitting heeft zij het depot geaccepteerd en niet meer geweigerd. De reden dat betrokkene de medicatie accepteert is omdat zij een eventuele opname wil voorkomen. De verplichte zorgvorm “toezicht” is niet benodigd dus er op de afdeling geen cameratoezicht is.
4.2.
De psychiater verklaart dat het bij depotmedicatie langer duurt voordat een verlaging wordt opgemerkt in de medicatie. Betrokkene koppelt het innemen van de medicatie aan een opname. Wanneer zij de medicatie niet neemt dan kan er een opname volgen. Dit is voor haar een reden om toch de medicatie te nemen.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene herkent zich niet in het verzoek en is van mening dat zij de medicatie niet nodig heeft.

5.De beoordeling

Medische verklaring
5.1.
Allereerst staat de rechtbank voor de vraag of de medische verklaring aan de vereisten voldoet. De rechtbank heeft geconstateerd dat betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring niet in persoon is onderzocht. Voor de rechtbank daadwerkelijk tot een inhoudelijke behandeling komt, dient zij zich te buigen over de vraag of de onafhankelijk psychiater redelijkerwijs gedaan heeft wat van hem mag worden verwacht om betrokkene te kunnen onderzoeken.
5.2.
Aan het onderzoek van een betrokkene door een onafhankelijke medische deskundige moeten - gelet op de inbreuken in de persoonlijke levenssfeer die rechterlijke machtigingen op grond van de Wvggz meebrengen - zware eisen worden gesteld. Het uitgangspunt is dat een betrokkene persoonlijk door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht. Afwijken van de hoofdregel is mogelijk in uitzonderingsgevallen. Zoals ook blijkt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad, mag worden verwacht dat voor het uitvoeren van zodanig onderzoek de nodige inspanningen worden verricht. De onafhankelijk psychiater zal in zijn medische verklaring moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is, voor welk alternatief hij heeft gekozen, en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend. [1]
5.3.
In dit geval heeft de onafhankelijk psychiater meerdere keren geprobeerd om met betrokkene in gesprek te gaan. De onafhankelijk psychiater geeft aan dat betrokkene tweemaal is bezocht door middel van een gepland bezoek. Bij het eerste bezoek is er meermalen aangebeld, geklopt en geroepen, maar werd er geen beweging waargenomen. Betrokkene had ook aan de casemanager te kennen gegeven dat zij de deur niet zou open doen. Hieruit blijkt dat ze in ieder geval op de hoogte was van het feit dat de psychiater langs zou komen. Bij het tweede bezoek is er contact geweest tussen de onafhankelijk psychiater en betrokkene via de intercom. De psychiater heeft uitgelegd wat het doel van zijn bezoek was en gevraagd of hij mocht binnenkomen. Hierop heeft betrokkene aangegeven niet met de psychiater in gesprek te willen gaan en dat zij niet mee wil werken aan het onderzoek. Hierop heeft de psychiater aangegeven dat hij dan zijn informatie uit het dossier zal moeten halen. Betrokkene heeft aangegeven dit te begrijpen en vervolgens de verbinding verbroken.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de psychiater de benodigde inspanningen verricht om betrokkene te spreken te krijgen en dit is ook gedeeltelijk gelukt. Uit de verklaring van betrokkene maakt de rechtbank op dat betrokkene niet mee wil werken aan het onderzoek waardoor de psychiater niet anders kon dan zijn verklaring op het dossier te baseren. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de medische verklaring aan de wettelijke vereisten voldoet.
Inhoudelijke beoordeling
5.4.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.5.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een stoornis gelegen in het schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.6.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat er bij een manisch psychische ontregeling van betrokkene sprake is van overlast richting de omgeving, waardoor zij ook agressie van anderen over zichzelf afroept. Betrokkene heeft in het verleden meerdere suïcidepogingen gedaan in psychotische toestand. Daarnaast dreigt betrokkene zichzelf uit te putten, te verwaarlozen en hierdoor ook haar woning te verliezen.
5.7.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.8.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. In het verleden heeft medicatieweigering herhaaldelijk tot psychotische decompensatie geleid. Betrokkene onttrekt zich daarbij aan de zorg en opent de deur niet voor hulpverleners. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.9.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.9.1.
Gelet op de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling wordt onder de verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’, verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met Regio Team Zuid. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
5.9.2.
Hoewel er nu al enige tijd geen opname benodigd is geweest wijst de rechtbank deze zorgvorm en de bijbehorende zorgvorm ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ wel toe. Betrokkene koppelt haar medewerking ten aanzien van de medicatie namelijk aan de opname. Zonder deze mogelijkheid is het zeer goed mogelijk dat betrokkene stopt met het innemen van haar medicatie met alle gevolgen van dien. Verder wijst de rechtbank de verzochte zorgvorm “toezicht” af nu deze volgens de behandelaar niet benodigd is.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.9 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509.