Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3299

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/446258 / FA RK 26-1457
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

Betrokkene verblijft sinds 19 maart 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een ernstige crisissituatie veroorzaakt door een psychische stoornis en verslavingsproblematiek. De burgemeester had de crisismaatregel getroffen vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van de crisismaatregel voor drie weken. Tijdens de zitting op 23 maart 2026 werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals een AIOS en een GZ-psycholoog. De AIOS gaf aan dat betrokkene rustiger is en dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer is. Wel is ambulante medicatie en zorg noodzakelijk om decompensatie te voorkomen.

De advocaat voerde aan dat betrokkene in de rouw is en langer verblijf haar zou schaden. De rechtbank concludeerde dat de opname niet langer noodzakelijk is omdat betrokkene medicatie blijft innemen en bereid is ambulante zorg te accepteren. Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.

De beschikking werd mondeling gegeven op 23 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 1 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446258 / FA RK 26-1457
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] , België,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. Th.J.A. Winnubst uit 's-Hertogenbosch.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat via een telefonische verbinding;
  • de heer [persoon 1] , AIOS;
  • mevrouw [persoon 2] , GZ-psycholoog FACT [plaats 1] .
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- de heer [persoon 3] , psychiater.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Oss heeft de crisismaatregel op 19 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met haar gaat. In de thuissituatie ging zij regelmatig langs bij het FACT-team. Betrokkene is transparant in haar drugsgebruik richting de behandelaren bij het FACT-team. Voorts geeft betrokkene aan dat zij bij een ontslag naar huis gaat, haar medicatie blijft nemen en ook periodiek contact met het FACT zal blijven houden.
De AIOS brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene inmiddels een stuk rustiger is dan aan het begin van de opname. Op dit moment wordt er op zeer korte termijn (de dag na de zitting) een zorgafstemmingsgesprek ingepland om onder meer afspraken te maken voor ontslag. De AIOS is van oordeel dat betrokkene zorg nodig heeft, maar de afdeling misschien niet de beste plek meer is voor een verdere behandeling. Er is op dit moment geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Wel acht de AIOS het mogelijk dat decompensatie zal plaatsvinden indien betrokkene met ontslag gaat zonder medicatie. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is op dit moment weggenomen door de opname en medicatie. Betrokkene is nog niet helemaal stabiel ingesteld op medicatie. Medicatie en behandeling in ambulante vorm is nog steeds nodig bij betrokkene. Betrokkene weigert haar medicatie niet.
4.2.
De GZ-psycholoog verklaart dat in augustus besloten is om geen verlenging van de zorgmachtiging aan te vragen omdat betrokkene op dat moment goed meewerkte. Betrokkene kwam haar afspraken na en er werd geen reden gezien om de machtiging te verlengen. Er was daarna een achteruitgang merkbaar bij betrokkene en de GZ-psycholoog ziet een samenhangend beeld met het cannabisgebruik van betrokkene. Op dit moment is het belangrijk dat de medicamenteuze behandeling wordt voortgezet zoals die nu is ingezet. Het is belangrijk dat betrokkene weer periodiek contact heeft. Afgelopen donderdag zijn de eerste stappen gezet in de aanvraag voor een nieuwe zorgmachtiging.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene is op dit moment in de rouw door het overlijden van haar vader. Indien betrokkene langer moet blijven is zij van mening dat zij gaat instorten. Bovendien heeft de AIOS verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat er op dit moment geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Indien de rechtbank over gaat tot toewijzing van het verzoek, dan verzoekt de advocaat om de duur van de machtiging te beperken.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten tijde van de opname van betrokkene sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar was. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis gelegen in het schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
5.2.
Op grond van de in overweging 5.1 weergegeven omstandigheden heeft de burgemeester een crisismaatregel getroffen. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek is echter gebleken dat er niet langer sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De AIOS heeft verklaart dat betrokkene rustig op de afdeling aanwezig is en dat het dreigend onmiddellijk ernstig nadeel op dit moment niet aanwezig is. Daarbij heeft hij voorts opgemerkt dat het de bedoeling was dat betrokkene op korte termijn met ontslag zou gaan (de dag na de zitting) zodat de opname niet zou worden voortgezet. Hieruit maakt de rechtbank op dat een opname niet langer benodigd is. De AIOS heeft wel nadrukkelijk gesteld het belangrijk is dat betrokkene in een ambulant kader haar medicatie blijft innemen om te voorkomen dat betrokkene decompenseert. Nu betrokkene haar medicatie niet weigert en ook aangeeft deze te zullen blijven nemen ziet de rechtbank geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer. Ook de contacten met het Fact team is betrokkene bereid te accepteren.
5.3.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.