Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om verlenging van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene in een zorginstelling voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene wenst terug naar huis, maar erkent dat eerst de thuissituatie moet worden geregeld. Specialisten ouderengeneeskunde stelden dat betrokkene niet dementerend is en geen psychogeriatrische stoornis heeft, maar wel stemmingswisselingen en een geriatrisch beeld met problemen in planning en overzicht.
De dochter van betrokkene gaf aan dat de thuissituatie onhoudbaar is en dat thuiszorg en dagbesteding zijn stopgezet. De advocaat van betrokkene voerde aan dat er geen sprake is van een psychogeriatrische aandoening of ernstige psychische stoornis en dat er minder bezwarende alternatieven zijn. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor een rechterlijke machtiging niet zijn vervuld, omdat er geen psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap is die leidt tot ernstig nadeel.
De medische verklaringen, waaronder een second opinion van een psychiater, bevestigden het ontbreken van een acute psychiatrische problematiek. De rechtbank concludeerde dat somatische problematiek en problemen met inzicht en planning onvoldoende zijn voor opname zonder onderliggende stoornis. Het verzoek tot verlenging van de machtiging werd daarom afgewezen.