6.3Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een winkel van de Action. Hierbij heeft hij een vuurwapen gericht op medewerkers en klanten, waarbij hij de medewerkers heeft gedwongen tot de afgifte van geld. Verdachte is vervolgens in de Action overmeesterd door een klant en een medewerker van de Action, waarna hij op heterdaad is aangehouden.
Het spreekt voor zich dat de overval voor de medewerkers en de klanten een uitermate beangstigende en traumatische ervaring moet zijn geweest, zeker omdat ook een vuurwapen is getoond. Uit de aangifte van medewerker [slachtoffer] blijkt ook dat zij heeft gevreesd voor haar leven. De ervaring is dat slachtoffers van dit soort gewelddadige misdrijven nog een lange tijd de nadelige gevolgen daarvan ondervinden. Dit soort overvallen veroorzaken daarnaast ook gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij als geheel. Deze nare gevolgen hebben verdachte er niet van weerhouden om de overval te plegen.
Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het ongecontroleerde bezit van een wapen brengt onaanvaardbare risico’s met zich en leidt vaak tot ernstige incidenten waarbij de nodige slachtoffers vallen.
De persoon van verdachte
Verdachte was vijftien jaar oud ten tijde van het plegen van de feiten en is ten tijde van het wijzen van dit vonnis zestien jaar oud. Verdachte heeft 57 dagen in voorlopige hechtenis gezeten en de voorlopige hechtenis is vervolgens geschorst onder algemene en bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft zich blijkens zijn strafblad van 24 februari 2026 niet eerder schuldig gemaakt aan soortgelijke feiten.
De rechtbank heeft acht geslagen op de Pro-Justitia rapportage van 10 november 2025, opgesteld door [psycholoog] . Uit het rapport volgt dat bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, hechtingsproblematiek met een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en een sociaal emotionele ontwikkelingsachterstand. Verdachte is sociaal ingesteld, maar is kwetsbaar en beïnvloedbaar, heeft een instabiel zelfbeeld, heeft problemen in zelfregulatie, kan situaties moeilijk overzien en handelt vanuit een beperkt sociaal inzicht en onderliggende angsten. Hij handelt vaak zonder inzicht in de gevolgen van zijn keuzes en gedrag en heeft moeite om verantwoordelijkheid te dragen. Deze problematiek was ook aanwezig bij het plegen van de feiten en gesteld kan worden dat er een verband bestaat tussen de gebrekkige ontwikkeling van verdachte en het plegen van de feiten. Er wordt daarom geadviseerd de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank is van oordeel dat de rapportage op deugdelijke wijze tot stand is gekomen
en dat de conclusies worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde
onderbouwing. De rechtbank neemt daarom de conclusies van de psycholoog over
en zal de feiten verminderd aan verdachte toerekenen.
Uit het rapport van de Raad van 2 april 2026 en hetgeen de zittingsvertegenwoordiger van de Raad ter zitting naar voren heeft gebracht, volgt dat de Raad zich kan vinden in de conclusies en aanbevelingen uit het Pro-Justitia rapport. Voorts blijkt dat verdachte een turbulente jeugd heeft gehad waardoor hij weinig stabiliteit heeft meegekregen en veel negatieve ervaringen heeft opgedaan. Er komen op verschillende leefgebieden veel zorgen naar voren, zoals zijn geestelijke gezondheid, vaardigheden en emotieregulatie en agressie. Vanuit het gezin van verdachte kan weinig ondersteuning worden verwacht om het recidiverisico te verminderen. De beschermd wonen omgeving bij [hulpverlening 1] is voor verdachte wel een beschermende factor. Hier ontvangt hij de structuur, nabijheid, dagbesteding en individuele begeleiding die hij nodig heeft. Verdachte heeft door zijn aanhouding en voorlopige hechtenis direct de consequenties van zijn handelen ervaren. Gelet op de ernst van de feiten, maar ook om verdachte ervan te weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen, adviseert de Raad een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest, en een voorwaardelijke jeugddetentie. Om de consequenties van zijn handelen nog meer te laten ervaren, adviseert de Raad tevens om aan verdachte een werkstraf op te leggen. De Raad vindt het van belang dat verdachte blijft meewerken aan de hulpverlening die voor hem passend wordt geacht en dat de jeugdreclassering bij hem betrokken blijft. De Raad adviseert daarom om aan verdachte als bijzondere voorwaarden op te leggen zich houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, meewerken aan een plaatsing bij [hulpverlening 1] , dagbesteding, ambulante begeleiding, zinvolle en gestructureerde vrijetijdsbesteding en een behandelverplichting. Gelet op de vele doelen, en om ervoor te zorgen dat de te leren vaardigheden uiteindelijk kunnen landen, adviseert de Raad om een proeftijd van twee jaar op te leggen.
Door de jeugdreclassering is op de zitting aanvullend opgemerkt dat verdachte gedurende zijn schorsing heel meewerkend is geweest. Verdachte woont inmiddels bij een beschermde woongroep van [hulpverlening 1] met zeer strenge kaders. Hij heeft in de buurt altijd begeleiding bij zich. Het plan is om dit geleidelijk af te bouwen, zodat verdachte uiteindelijk een normaal leven kan gaan leiden, zoals naar school gaan en het hebben van een baantje. De schorsingsvoorwaarden en het strenge kader van de woongroep zijn helpend voor verdachte, maar het is belangrijk dat hij gaat leren om zelfstandig juiste keuzes te maken en te leren wie goed is voor hem en wie niet. Hiervoor is nog veel (tijd) nodig. De jeugdreclassering is het eens met het advies van de Raad.
De strafoplegging
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de persoon van verdachte. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat voor de onderhavige feiten in beginsel niets anders passend is dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Niet alleen omdat de ernst van de feiten dit vraagt en vanwege het gemak waarmee verdachte met name feit 1 heeft gepleegd, maar juist ook om een preventieve werking te laten uitgaan naar anderen.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de straf zoals door de officier van justitie is geëist, passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte dan ook opleggen een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 63 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank zal hierbij de bijzondere voorwaarden opleggen, zoals geadviseerd door de Raad. Teneinde de ernst van de feiten te benadrukken, zal de rechtbank naast voormelde jeugddetentie ook opleggen een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 60 uren.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.