ECLI:NL:RBZWB:2026:3308

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
11871784 \ CV EXPL 25-4437
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • drs. Paijmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand van woonruimte

Brickfund Studentenfonds verhuurt sinds april 2021 een kamer aan de huurder, die sinds 2022 meerdere huurtermijnen niet volledig heeft voldaan, wat heeft geleid tot een huurachterstand van € 2.617,89 tot en met augustus 2025. Ondanks aanmaningen en vroegsignalering bij de gemeente is de huurachterstand niet ingelopen en is deze verder opgelopen na dagvaarding.

De huurder erkende de achterstand en gaf persoonlijke omstandigheden aan, waaronder een operatie en tijdelijke werkonbekwaamheid, maar wilde in de kamer blijven wonen. Na instelling van bewind over de goederen van de huurder is de bewindvoerder in de procedure opgeroepen, maar deze was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming te rechtvaardigen, ondanks de persoonlijke omstandigheden. Tevens worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, een gebruiksvergoeding vanaf september 2025 tot ontruiming, en proceskosten. De ontbinding en ontruiming worden binnen veertien dagen na betekening van het vonnis bevolen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten, gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11871784 \ CV EXPL 25-4437
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
STICHTING JURIDISCH EIGENAAR BRICKFUND STUDENTENFONDS,
te Rotterdam
eisende partij,
hierna te noemen: Brickfund Studentenfonds,
gemachtigde: mr. J.M. Molkenboer,
tegen
ZEKER FINANCIËLE ZORGVERLENING B.V. IN HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN [gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
de bewindvoerder zal in diens hoedanigheid (q.q.) verder “ [gedaagde] ” worden genoemd, procederend in persoon.
De zaak in het kort
Brickfund Studentenfonds verhuurt een kamer aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft sinds 2022 meerdere facturen (gedeeltelijk) onbetaald gelaten. Hierdoor is een huurachterstand ontstaan. De huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de kamer. De kantonrechter wijst de vorderingen van Brickfund toe.

1.De procedure

1.1.
Hoe deze procedure is verlopen, blijkt uit:
  • de dagvaarding van 29 augustus 2025 met producties,
  • het extract audiëntieblad van de rolzitting van 10 september 2025,
  • de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
  • het tussenvonnis van 25 februari 2026 waarin eiseres in de gelegenheid is gesteld de bewindvoerder van gedaagde in de procedure op te roepen,
  • de betekende oproeping van de bewindvoerder door eiseres,
  • de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
Op grond van niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde stukken gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten:
Brickfund Studentenfonds verhuurt sinds 16 april 2021 aan [gedaagde] een kamer (kamer 4) aan het [adres] (hierna: het gehuurde).
De huurprijs bedraagt € 446,50 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.
Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[gedaagde] heeft (een gedeelte van) de huur niet betaald. Brickfund Studentenfonds heeft [gedaagde] aangemaand op 6 februari 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
Brickfund Studentenfonds heeft [gedaagde] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Brickfund Studentenfonds vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.617,89 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Brickfund Studentenfonds legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Brickfund Studentenfonds de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Op de rolzitting van 10 september 2025 heeft [gedaagde] de huurachterstand uit de dagvaarding erkend. [gedaagde] heeft omstandigheden geschetst waaronder de huurachterstand is ontstaan. Zo heeft hij toegelicht dat hij geopereerd is, als gevolg daarvan een tijd niet kon werken en de huur niet kon betalen. Daarnaast heeft [gedaagde] destijds aangevoerd dat hij in de kamer wilde blijven wonen.
3.4.
Gebleken is dat bij beschikking van 22 januari 2026 bewind is ingesteld over de goederen van [gedaagde] . Omdat dat was na betekening van de dagvaarding aan [gedaagde] , kan Brickfund Studentenfonds ontvangen worden in haar vordering. Na tussenvonnis van de kantonrechter heeft Brickfund Studentenfonds de bewindvoerder van [gedaagde] in deze procedure opgeroepen. De bewindvoerder was, net als [gedaagde] zelf, niet tijdens de mondelinge behandeling aanwezig.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Huurachterstand
4.1.
[gedaagde] heeft tijdens de rolzitting erkend dat er een huurachterstand bestond. In de dagvaarding is opgenomen dat de huurachterstand € 2.617,89 bedroeg tot en met augustus 2025. De kantonrechter wijst de gevorderde betaling hiervan dan ook toe.
4.2.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus wijst de kantonrechter de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand toe.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.3.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Dat wil zeggen dat de kantonrechter uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt, moet beoordelen of de consumentenbeschermende bepalingen die van toepassing zijn ook zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar ambtshalve consequenties aan verbinden.
4.4.
De kantonrechter heeft de voor de vordering relevante bedingen van de algemene voorwaarden ambtshalve getoetst. Deze zijn niet oneerlijk bevonden.
4.5.
Brickfund Studentenfonds vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Zoals in 4.3 al overwogen, stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Brickfund Studentenfonds heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde bedrag van € 224,52 toe. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wijst de kantonrechter ook toe.
Ontbinding en ontruiming
4.6.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.7.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand ruim vijf maanden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Brickfund Studentenfonds toegelicht dat de huurachterstand sindsdien verder is opgelopen, doordat [gedaagde] de termijnen sinds de dagvaarding niet meer heeft voldaan. De huurachterstand rechtvaardigt gelet op al deze omstandigheden de ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter weegt de belangen van partijen af en betrekt in die afweging ook de ter rolzitting door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden. Deze omstandigheden zijn echter niet van zodanige betekenis dat ontbinding van de huurovereenkomst gelet op haar gevolgen niet gerechtvaardigd is.
4.8.
De kantonrechter wijst de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst op grond van het voorgaande toe. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] het gehuurde te ontruimen binnen een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Vervallen huurtermijnen en gebruiksvergoeding
4.9.
Brickfund Studentenfonds wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 446,50, te rekenen vanaf de maand september 2025 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering wijst de kantonrechter ook toe.
Proceskosten
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Brickfund Studentenfonds worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.266,71

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Brickfund Studentenfonds zijn, en de sleutels af te geven aan Brickfund Studentenfonds,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Brickfund Studentenfonds:
- € 2.617,89 aan achterstallige huur tot en met augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 446,50 per maand vanaf september 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Brickfund Studentenfonds te betalen een bedrag van € 224,52 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.266,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Paijmans en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)