ECLI:NL:RBZWB:2026:3317
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen aanmaningskosten parkeerbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten die de invorderingsambtenaar van de gemeente Tilburg in rekening bracht wegens het niet betalen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2026, waarbij de gemachtigde van belanghebbende aanwezig was, maar belanghebbende zelf niet.
De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslag op 6 april 2025 was verzonden en dat belanghebbende hiertegen op 10 april 2025 bezwaar had gemaakt, wat bevestigt dat de aanslag is ontvangen. De rechtbank twijfelde aan de kennis van belanghebbende over het beroep en de zitting, mede door onduidelijkheden over de machtiging van de gemachtigde.
Verder oordeelde de rechtbank dat de invorderingsambtenaar het bezwaar kennelijk ongegrond mocht verklaren en dat daardoor het hoorrecht van belanghebbende niet was geschonden. De aanmaningskosten zijn terecht in rekening gebracht omdat de naheffingsaanslag niet tijdig was betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanmaningskosten parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.