4.3.2.De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Inleiding
Op 8 februari 2024 om 09:30 uur meldde verdachte zich samen met zijn zoontje [slachtoffer] bij de eerste hulp van het [ziekenhuis 1] in [plaats 1] . [slachtoffer] was toen zes maanden oud. Bij [slachtoffer] werd ernstig letsel geconstateerd: hij had blauwe plekken op zijn gezicht en in zijn nek, een striem in zijn nek, blauwe plekken op zijn schouder en een subarachnoïdale bloeding. Dit is een acute bloeding in de ruimte tussen de hersenvliezen. Er was daarnaast sprake van verminderd bewustzijn, [slachtoffer] was slap en zag grauw. [slachtoffer] werd met spoed overgebracht naar het [ziekenhuis 2] in [plaats 2] en werd opgenomen op de Intensive Care. Daar bleek [slachtoffer] bloedingen in beide ogen te hebben en een verminderde motoriek aan zijn rechterarm- en been. Volgens één van de ambulancebroeders was het neurologisch trauma van [slachtoffer] dermate ernstig dat de kans reëel was dat hij het niet ging redden.
Naar aanleiding van het aangetroffen letsel bij [slachtoffer] is er een strafrechtelijk onderzoek gestart, waarbij de vader van [slachtoffer] als verdachte is aangemerkt.
Letsel van [slachtoffer]
Er is forensisch medisch onderzoek gedaan naar het letsel van [slachtoffer] . Uit het rapport van drs. [naam 1] en drs. [naam 2] blijkt dat [slachtoffer] het volgende letsel had:
- bloeduitstortingen in het gelaat, bij de oren en aan de hals;
- bloedingen onder het harde hersenvlies en;
- netvliesbloedingen.
Ook was er bij [slachtoffer] sprake van bewustzijnsverlaging, epileptische aanvallen en bewustzijnsstoornissen.
Volgens de forensische artsen is het beschreven letsel zeer veel waarschijnlijker (bewijskracht tussen 10.000 en 1.000.000) onder de hypothese van een krachtsinwerking dan onder de hypothese van een medische oorzaak. Ook is het beschreven letsel veel waarschijnlijker (bewijskracht tussen 100 en 10.000) onder de hypothese van een niet-accidentele krachtsinwerking dan de hypothese van accidentele krachtsinwerking. Met andere woorden: de hypothese dat het letsel is toegebracht is veel waarschijnlijker dan de hypothese dat het letsel is ontstaan door een ongeluk.
Wanneer is het letsel ontstaan?
Om te kunnen bepalen wanneer het letsel is ontstaan, moet volgens de deskundigen worden gekeken naar het laatste moment van normaal functioneren. Klinische verschijnselen treden vrijwel direct na het toebrengen in.
Vaststaat dat op het moment dat de moeder van [slachtoffer] , [getuige 1] , op 8 februari 2024 om 07:30 uur naar haar werk ging, er niets aan de hand was met [slachtoffer] . Verdachte was vanaf dat moment alleen thuis met [slachtoffer] . Om 08:57 uur heeft verdachte [getuige 1] gebeld, omdat het niet goed ging met [slachtoffer] : hij kon niet goed
ademen en reageerde niet meer. Het letsel moet dus binnen dit tijdsbestek zijn ontstaan.
Heeft verdachte dit letsel toegebracht?
Verdachte ontkent dat hij op 8 februari 2024 letsel heeft toegebracht bij [slachtoffer] . Wel heeft verdachte op de zitting erkend dat hij [slachtoffer] op 6 februari 2024 bij de nek heeft vastgepakt. Volgens verdachte is dit de oorzaak van de striem in de nek van [slachtoffer] . Volgens verdachte is het andere letsel van [slachtoffer] spontaan ontstaan, heeft dit letsel een medische oorzaak of heeft [slachtoffer] dit letsel bij zichzelf toegebracht.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van verdachte over het ontstaan van het letsel als ongeloofwaardig en onaannemelijk terzijde moeten worden geschoven. Deze scenario’s worden namelijk weerlegd door de conclusies van de forensische artsen. In dit forensisch-medisch rapport worden deze scenario’s meegewogen, onderzocht en uitgesloten. Bovendien zijn deze door verdachte genoemde scenario’s niet onderbouwd en worden deze door niets of niemand ondersteund. Verdachte heeft ook nog gewezen op een ziekenhuisopname van [slachtoffer] in Roemenië. [slachtoffer] was toen ongeveer drie maanden oud en had volgens verdachte bloed bij zijn ontlasting. Het is de rechtbank niet gebleken van enig verband tussen het hebben van bloed in de ontlasting met een leeftijd van drie maanden en het onderhavige letsel ongeveer drie maanden later. Gelet hierop wordt het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om medische stukken over [slachtoffer] uit Roemenië op te vragen teneinde een contra-expertise te laten uitvoeren waarbij deze medische informatie wordt meegenomen, afgewezen.
Tussenconclusie
Gelet op het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat het letsel bij [slachtoffer] is ontstaan als gevolg van een krachtsinwerking en dat het is toegebracht. Gelet op het feit dat [getuige 1] om 07.30 uur naar haar werk is gegaan en zij door verdachte om 08.57 uur op de hoogte is gebracht van de klinische verschijnselen bij [slachtoffer] , terwijl verdachte in de tussentijd als enige bij en met [slachtoffer] was, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte degene is geweest die het letsel bij [slachtoffer] heeft toegebracht. De rechtbank kan niet precies vaststellen welke geweldshandelingen verdachte heeft verricht bij [slachtoffer] , maar zij kan wel buiten redelijke twijfel vaststellen dat het verdachte is geweest die ernstig geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer] .
Feit 1 primair: poging tot doodslag?
De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de door verdachte toegepaste geweldshandelingen gekwalificeerd kunnen worden als een poging tot doodslag. Hiervoor moet worden vastgesteld dat verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op de dood van [slachtoffer] .
Uit het dossier blijkt niet dat verdachte vol opzet had om [slachtoffer] te doden. Voor voorwaardelijk opzet geldt dat sprake moet zijn van een bewuste aanvaarding door verdachte van de aanmerkelijke kans op het gevolg. De beantwoording van de vraag of de gedraging van verdachte de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. Daarbij kunnen bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer te zijn gericht op een bepaald gevolg, dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.
De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel onduidelijk is gebleven welke geweldshandelingen verdachte precies heeft verricht, wijst het letsel van [slachtoffer] volgens het LOEF-rapport op het uitoefenen van stomp uitwendig geweld op het hoofd, samendrukkend geweld (wurging) of het krachtig schudden. De rechtbank is van oordeel dat de kans aanmerkelijk is dat een baby van zes maanden oud als gevolg van stomp uitwendig geweld op het hoofd of door de baby te wurgen of door het krachtig schudden, komt te overlijden en dat dit bij eenieder – maar zeker bij ouders – als bekend mag worden verondersteld. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat een babylichaam in het algemeen en het hoofdje en nekje van zeer jonge kinderen in het bijzonder zeer kwetsbaar zijn. Bij [slachtoffer] was sprake van verschillende soorten letsels op verschillende plekken en was het dusdanig ernstig dat het niet zeker was of [slachtoffer] het zou gaan redden. Verdachte heeft dus meerdere keren en op verschillende plekken fors letsel toegebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarmee naar uiterlijke verschijningsvorm bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] daardoor kwam te overlijden.
Bij dit soort forse geweldshandelingen moet sprake zijn van contra-indicaties om te kunnen zeggen dat verdachte de kans op de dood níet bewust heeft aanvaard. Van dergelijke contra-indicaties is niet gebleken. Verdachte heeft geen openheid van zaken kunnen of willen geven over wat er precies is gebeurd, zodat daarmee ook geen rekening kan worden gehouden.
Conclusie
De rechtbank acht de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2: mishandeling?
Zoals hierboven weergegeven, heeft verdachte op de zitting erkend dat hij [slachtoffer] op 6 februari 2024 bij de nek heeft vastgepakt. Daarbij wees verdachte naar de hals. Dat dit vastpakken van de nek/hals met kracht is geweest en dat verdachte ook in de nek van [slachtoffer] heeft geknepen, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het geconstateerde letsel en de Whatsappberichten in de telefoons van verdachte en [getuige 1] van 6 februari 2024.
In de chat tussen verdachte en zijn vrouw van 09.39 uur vraagt hij om vergeving voor wat hij de jongen heeft aangedaan. Verdachte zegt hierin dat hij [slachtoffer] “te hard kneep”.
[getuige 1] benoemt dat verdachte [slachtoffer] “raar heeft gegrepen”.
Het met kracht vastpakken en knijpen in de nek is daarmee wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank acht daarnaast wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] op 6 februari 2024 tegen zijn gezicht heeft geslagen/gestompt. Uit de foto’s en screenshots van video’s in het dossier van [slachtoffer] op 6 en 7 februari 2024 blijkt dat hij op die dagen oogletsel had, namelijk rode/blauwe verkleuringen rondom het linkeroog. Ook [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ) heeft op een foto gezien dat [slachtoffer] een opgezwollen gezicht en een blauw oog had. [slachtoffer] leek daarbij volgens [getuige 2] op een bokser. Dat [getuige 2] dit op 6 februari 2024 heeft waargenomen, leidt de rechtbank af uit de verklaring van [getuige 2] dat [getuige 1] de dag dat hij de foto zag met [slachtoffer] naar het ziekenhuis is gegaan en dat zij een zalf zou hebben gekregen. Uit de telefoongegevens van [getuige 1] volgt dat zij op 6 februari het volgende bericht naar [getuige 2] heeft gestuurd: “ja, alles is prima, de dokter heeft ons wat crèmes gegeven voor zijn gezicht en nek”.
Concluderend gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte [slachtoffer] op of omstreeks 6 februari 2024 heeft mishandeld door met kracht zijn nek vast te pakken en in de nek te knijpen en door tegen zijn gezicht te slaan/stompen.