ECLI:NL:RBZWB:2026:3329

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/02/445918 / FA RK 26-1264
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een licht verstandelijke beperking, schizofrenie en een stoornis in het middelengebruik.

Betrokkene werkt vrijwillig mee aan afspraken, maar ervaart problemen in de groepssituatie en heeft recent zijn vrijheden beperkt zien worden vanwege middelengebruik. De gedragsdeskundige en arts benadrukken dat betrokkene weliswaar kleine stappen zet, maar dat strakke regels en begeleiding noodzakelijk zijn om terugval in middelengebruik en ernstig nadeel te voorkomen. De moeder ondersteunt het verzoek vanwege het risico op middelengebruik en het belang van rust en begeleiding.

De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar minder ingrijpende alternatieven, zoals zorg binnen het zorgplan op vrijwillige basis. De rechtbank oordeelt echter dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, dat betrokkene zich niet aan afspraken houdt bij uitbreiding van vrijheden, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn.

De rechterlijke machtiging wordt daarom voor de duur van achttien maanden verleend, tot en met 24 september 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf voor achttien maanden om ernstig nadeel te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445918 / FA RK 26-1264
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een
opvolgende machtiging voor als bedoeld in artikel 24 Wet Pro zorg en dwang (Wzd), ten
aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvende bij de [accommodatie] ,
advocaat mr. M.J.M. Houben uit Thorn.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026;
  • de brief van de curator, ontvangen op 19 maart 2026.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • arts verstandelijk gehandicapten, de heer [persoon 1] ;
  • gedragsdeskundige, mevrouw [persoon 2] ;
  • moeder van betrokkene, mevrouw [persoon 3] .
1.3.
De persoonlijk ondersteuner, mevrouw [persoon 4] , was aanwezig tijdens de zitting maar is niet gehoord.
1.4.
De mentor van betrokkene was niet aanwezig tijdens de zitting. Zij heeft in een schriftelijke verklaring laten weten dat zij instemt met het verzoek.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 15 april 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in bovengenoemde accommodatie.

3.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van achttien maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vindt dat een rechterlijke machtiging niet nodig is. Hij werkt vrijwillig mee met de gemaakte afspraken en daar wil hij zich ook aan houden. Op dit moment voelt hij zich niet op zijn plek in de groep. Hij wordt er gepest en heeft het er niet naar zijn zin. De dagbesteding vindt hij wel leuk, en hij is sinds kort weer begonnen met voetballen. Hij geeft aan dat zijn vrijheden laatst zijn afgepakt, omdat hij wiet had gerookt. Hij heeft er spijt van, maar spijt komt altijd achteraf.
4.2.
De gedragsdeskundige brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene sinds 2024 op de groep woont. Er worden kleine stappen gezet om hem meer vrijheid te geven, maar daarbij zijn duidelijke regels nodig. De wil bij betrokkene om het goed te doen is er echt, maar er gebeuren soms dingen waardoor het hem niet lukt om op het juiste pad te blijven. Hij wisselt in wat hij zegt: soms vindt hij het fijn om in de groep te wonen en soms weer niet. In het afgelopen jaar is zijn vrijheid langzaam uitgebreid, maar dit zorgde steeds voor meer stress en terugval. Naar mening van de gedragsdeskundige zijn de alternatieven daarmee onderzocht.
4.3.
De arts verstandelijk gehandicapten vult aan dat betrokkene heel graag wil en kleine stappen zet, maar dat tegelijkertijd moet worden gekeken of het lukt om wat hij heeft geleerd te laten beklijven. Het gevoel om terug te vallen in drugsgebruik is bij betrokkene heel groot. Daarom zijn strakke regels en goede begeleiding nodig. De arts denkt dat een periode van een jaar te kort is om zijn ontwikkeling goed te kunnen beoordelen, maar twee jaar is weer te lang. Daarom wordt gevraagd om een rechterlijke machtiging voor
18 maanden. Volgens de arts is er geen alternatief voor een rechterlijke machtiging, omdat betrokkene zich zal onttrekken als er vrijwillige afspraken worden gemaakt.
4.4.
De moeder geeft aan dat zij achter een rechterlijke machtiging staat. Haar zoon staat nog niet stevig genoeg om door te gaan zonder rechterlijke machtiging. Als hij vrijheid krijgt, gaat hij wiet roken en alcohol kopen. Het is belangrijk dat hij nog meer rust krijgt, zijn dagbesteding volgt en dingen blijft leren op de groep.
4.5.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Er is op dit moment geen verzet tegen de opname en het verblijf. Er is een alternatief dat onvoldoende is onderzocht: zorg opnemen in het zorgplan. Betrokkene moet zorg krijgen, maar niet met meer beperkingen dan strikt nodig. De advocaat verzoekt namens betrokkene om het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt zij om opnieuw te onderzoeken of er alternatieven zijn voor het opnemen van vormen van zorg in het zorgplan, op vrijwillige basis.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van achttien maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat
betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis, te weten een
licht verstandelijke beperking, schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Betrokkene wil graag zelfstandig zijn, maar valt terug in middelengebruik zodra daar de kans voor is. Er is bij middelengebruik een risico op psychische decompensatie, wat leidt tot overlast door kleine criminaliteit, vervuiling en het niet naleven van de regels in de groep. Betrokkene heeft daarom veel ondersteuning en begeleiding nodig om terugval in middelengebruik te voorkomen.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
5.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene is het eens met de gemaakte afspraken en stelt dat hij zich zonder rechterlijke machtiging aan de afspraken zal houden. Als de vrijheden van betrokkene worden uitgebreid, wordt echter gezien dat het verzet van betrokkene weer toeneemt. Betrokkene houdt zich dan niet aan de afspraken, valt terug in middelengebruik en overschrijdt de grenzen van de groep. Betrokkene wil graag zelfstandig zijn, maar het lukt hem op dit moment niet om dit vrijwillig goed vol te houden.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. In het afgelopen jaar zijn de vrijheden van betrokkene langzaam uitgebreid, maar dit zorgde steeds voor meer stress en terugval. Het gaat goed met betrokkene zolang er strakke kaders zijn.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van achttien maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.