Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3330

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/02/446304 / FA RK 26-1475
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WzdWvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf en afwijzing voortzetting inbewaringstelling

Betrokkene, een minderjarige met een licht verstandelijke beperking, ASS en ADHD, verblijft sinds 19 maart 2026 in een zorginstelling op grond van een inbewaringstelling. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt de rechtbank om verlenging van deze inbewaringstelling en om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, zijn ouders, de regiebehandelaar en zijn advocaat gehoord. Betrokkene verzet zich tegen de rechterlijke machtiging en twijfelt aan zijn diagnose en het dossier. De regiebehandelaar en ouders benadrukken het zorgelijke gedrag en het ontbreken van vrijwillige medewerking.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoeningen, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Gezien het zorgelijke gedrag en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, wordt de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend. Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat het belang daarvoor is komen te vervallen.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend en verzoek tot voortzetting inbewaringstelling afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/446304 / FA RK 26-1475 (voortzetting inbewaringstelling)
C/02/446311 / FA RK 26-1478 (rechterlijke machtiging)
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling en rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende bij [accommodatie] , aan [adres] te [plaats 2] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Inzake C/02/446304 / FA RK 26-1475
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 maart 2026;
  • het e-mailbericht van de vader van betrokkene, ontvangen op 23 maart 2026;
  • de aanvullende brief van het CIZ met bijlage, ontvangen op 23 maart 2026;
  • het e-mailbericht van de moeder van betrokkene, ontvangen op 23 maart 2026;
  • het e-mailbericht van mr. Doorakkers, ontvangen op 23 maart 2026.
Inzake C/02/446311 / FA RK 26-1478
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026;
  • het e-mailbericht van de vader van betrokkene, ontvangen op 23 maart 2026;
  • de aanvullende brief van het CIZ met bijlage, ontvangen op 23 maart 2026;
  • het e-mailbericht van de moeder van betrokkene, ontvangen op 23 maart 2026;
  • het e-mailbericht van mr. Doorakkers, ontvangen op 23 maart 2026.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevr. [persoon 1] , regiebehandelaar;
  • de ouders van betrokkene.
1.3.
De persoonlijke begeleiders van betrokkene, [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] , waren aanwezig tijdens de zitting, maar zijn niet gehoord.
1.4.
Gelet op de nauwe samenhang van het verzoek (met kenmerk C/02/446304 / FA RK 26-1475) tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van betrokkene met het verzoek (met kenmerk C/02/446311 / FA RK 26-1478) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene, zijn deze verzoeken gelijktijdig tijdens de zitting op 24 maart 2026 behandeld.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] in [plaats 2] . De burgemeester van Breda heeft de inbewaringstelling op 19 maart 2026 afgegeven.

3.De verzoeken

Inzake C/02/446304 / FA RK 26-1475
3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
Inzake C/02/446311 / FA RK 26-147
3.2.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt samengevat naar voren dat hij liever geen rechterlijke machtiging wil. Hij is het niet eens met wat er in zijn dossier staat; er worden incidenten genoemd, maar niet de achtergrond daarvan. Hij twijfelt ook over zijn autismediagnose en het onderzoek dat is gedaan. Het gaat op dit moment wat minder goed. Hij verblijft op een gesloten groep, wat hij niet fijn vindt. Er is de afgelopen tijd veel gebeurd. Zo is betrokkene gestopt met school, zijn bijbaan en medicatie. Zijn doel is door te stromen naar een trainingshuis om zelfstandig te worden. Hij is het eens dat er een gedragsverandering moet komen, maar denkt dat dit kan zonder rechterlijke machtiging. Hij wil in samenwerking gesprekken voeren en afspraken maken. De zorg die wordt aangeboden wil hij accepteren en hij wil ook weer medicatie gaan innemen.
4.2.
De regiebehandelaar geeft aan dat het niet lukt om met betrokkene vrijwillig verder te komen, omdat hij zich niet houdt aan de gemaakte afspraken. Zo is betrokkene in januari gestopt met zijn medicatie. Nu wordt een gedragsverandering gezien, er zijn meer incidenten en deze zijn heftiger dan voorheen. Betrokkene is geagiteerder, zelfbepalend en laat risicovol gedrag zien. Er is vaak geprobeerd om vrijwillig tot afspraken te komen, maar zonder rechterlijke machtiging kan de behandeling niet worden voortgezet. Het doel van het verblijf op de huidige groep is om therapie te starten, gesprekken te voeren en weer met medicatie te beginnen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat hij terug kan naar de behandelgroep in [geboorteplaats] . Niemand twijfelt aan de intentie van betrokkene om mee te werken, maar op dit moment lukt het niet vrijwillig.
4.3.
De ouders geven aan dat zij zich de afgelopen maand heel veel zorgen hebben gemaakt over betrokkene. Hij kan goed praten en wil meewerken, maar het lukt hem uiteindelijk toch niet om vrijwillig afspraken te maken, zich daar aan te houden en verder te komen. De ouders vinden een rechterlijke machtiging nodig om hem te helpen en het patroon te doorbreken.
4.4.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. In de medische verklaring wordt niet duidelijk aangegeven of de Wzd of Wvggz van toepassing is. De problematiek richt zich op LVB, ASS en ADHD, dus juridisch is aan de voorwaarden voor een rechterlijke machtiging voldaan. Namens betrokkene verzoekt de advocaat het verzoek af te wijzen. Betrokkene wil niet op de groep verblijven en vindt het daar niet fijn. Hij herkent zich niet in het dossier en de genoemde voorvallen; hij heeft die anders beleefd en er zit een ander verhaal achter. Betrokkene wil de zorg verder vrijwillig voortzetten.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Op grond van de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Bij betrokkene is een licht verstandelijke beperking vastgesteld. Daarnaast is bij betrokkene sprake van ASS en ADHD. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de medische verklaring van de onafhankelijke arts.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere het volgende in aanmerking. Betrokkene verbleef aanvankelijk op een afdeling bij [accommodatie] met een duidelijke structuur, waar hem regelmaat en sturing werd geboden. Enkele maanden geleden werd hij overgeplaatst naar een afdeling met meer vrijheid. Sinds die overplaatsing is zijn bereidheid om samen te werken en behandeling te volgen, afgenomen. Hierdoor is hij gestopt met het innemen van medicatie, verloor hij zijn (bij)baan, spijbelde en stopte hij met de middelbare school.
5.5.
De afgelopen weken laat betrokkene zorgelijk gedrag zien. Hij weigert de geboden zorg en begeleiding en trekt zich terug uit de zorginstelling. Dit is meestal voor een nacht, maar hij is ook al eens een paar dagen naar het buitenland gegaan. Hij vertoont onwenselijk gedrag, zoals zwartrijden en (winkel)diefstal. Betrokkene komt ook in conflict met zijn hulpverleners. Hij geeft aan dat hier telkens een voor hem legitieme aanleiding voor was, maar dit maakt het gedrag niet minder zorgelijk. Verder wenst hij geen hulp voor zijn diabetes, terwijl zijn licht verstandelijke beperking waarschijnlijk betekent dat hij die niet goed zelf kan regelen, met kans op ernstige gezondheidsproblemen.
5.6.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Er is geprobeerd om op vrijwillige basis afspraken te maken met betrokkene, maar hij houdt zich hier niet aan. Hij wijst de zorg en begeleiding dan af en is niet bereid om mee te werken aan een opname, het innemen van medicatie of het maken van afspraken. De toezegging die betrokkene tijdens de zitting deed om de aangeboden zorg weer te accepteren, acht de rechtbank gezien het recente gedrag van betrokkene, niet overtuigend.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.
5.9.
Nu een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene is verleend voor de duur van zes maanden, zal het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling worden afgewezen, nu bij de toewijzing van dit verzoek geen belang meer bestaat.

6.De beslissing

De rechtbank:
Inzake C/02/446304 / FA RK 26-1475
6.1.
wijst het verzoek af;
Inzake C/02/446311 / FA RK 26-147
6.2.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ;
6.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.