Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3337

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/02/433411 / FA RK 25-1521
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 BWArt. 1:206 BWArt. 1:5 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning minderjarige wegens ontbreken biologische vaderschap

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de bijzondere curator namens de minderjarige verzocht om de erkenning door de juridische vader te vernietigen. Dit verzoek volgde op een DNA-onderzoek dat uitsloot dat de juridische vader de biologische vader van de minderjarige is.

De moeder was eerder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vernietiging. De rechtbank stelde vast dat de bijzondere curator tijdig en ontvankelijk was in zijn verzoek. Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW Pro kan een erkenning worden vernietigd indien de erkenner niet de biologische vader is. De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat de erkenning geacht wordt nimmer te hebben bestaan.

Na vernietiging van de erkenning staat de minderjarige alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder en zal hij de geslachtsnaam van de moeder dragen. De rechtbank bepaalde dat een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gezonden.

De kosten van het DNA-onderzoek, die €755,- bedroegen, worden gelijkelijk verdeeld tussen moeder en juridische vader. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De taak van de bijzondere curator wordt als beëindigd beschouwd, tenzij er beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de juridische vader wordt vernietigd omdat hij niet de biologische vader is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/433411 / FA RK 25-1521
Datum uitspraak: 24 maart 2026
beschikking over vernietiging erkenning
in de zaak van
[de moeder],
hierna: de moeder,
wonende in [plaats 1] , gemeente Moerdijk
advocaat: mr. F.J.V.H. Stoffels in Zevenbergen.
de minderjarige
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012, hierna: [minderjarige] ,
wonende in [plaats 1] ,
vertegenwoordigd door mr. G.H.M. van Laarhoven in zijn hoedanigheid van bijzondere curator.
Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt:
[de juridische vader],
hierna: de juridische vader,
wonende in [plaats 2] , gemeente Moerdijk.

1.Het procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
  • de in deze zaak gegeven beschikking van 6 augustus 2025 en alle daarin vermelde stukken;
  • de op 18 september 2025 ontvangen deskundigenrapportage Rechtsgeldig Verwantschapsonderzoek van Verilabs;
  • de op 16 oktober 2025 ontvangen brief van de bijzondere curator;
  • het op 25 oktober 2025 ontvangen F9-formulier van mr. Stoffels.

2.De verzoeken

2.1
Aan de orde is nog het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] om de erkenning van [minderjarige] door [de juridische vader] te vernietigen.

3.De nadere beoordeling

3.1
Bij voormelde beschikking is de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vernietiging van de erkenning van de minderjarige [minderjarige] . Voorts heeft de rechtbank een DNA-onderzoek gelast met betrekking tot de vraag of de juridische vader de biologische vader is van [minderjarige] . Verilabs is benoemd als deskundige ter beantwoording van voormelde vraag.
3.2
Blijkens de deskundigenrapportage van Verilabs moet worden uitgesloten dat de [de juridische vader] de biologische vader van [minderjarige] is.
3.3
Bij brief van 16 oktober 2025 heeft de bijzondere curator, na kennis te hebben genomen van de uitkomst van het DNA-onderzoek, verzocht zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning door de [de juridische vader] gegrond te verklaren en deze erkenning te vernietigen.
3.4
Door en namens de vrouw is op 25 oktober 2025 is, na kennisname van de uitkomst van het DNA-onderzoek, verzocht het eerdere verzoek tot vernietiging erkenning ingediend namens de minderjarige [minderjarige] toe te wijzen en de erkenning te vernietigen.
Vernietiging erkenning
3.5
Bij beschikking van 6 augustus 2025 heeft de rechtbank reeds overwogen dat de bijzondere curator het verzoek tijdig heeft ingediend, gelet waarop de bijzondere curator ontvankelijk is in dit namens [minderjarige] ingediende verzoek. Op grond van artikel 1:205, eerste lid BW, kan een erkenning worden vernietigd, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind. Nu door DNA-onderzoek vast staat dat de [de juridische vader] niet de biologische vader is van [minderjarige] , zal het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] worden toegewezen.
3.6
Artikel 1:206 lid 1 BW Pro bepaalt dat nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de erkenning door de juridische vader geacht wordt nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning zal [minderjarige] alleen in een familierechtelijke betrekking tot de moeder komen te staan en zal hij dan ook van rechtswege, op grond van artikel 1:5 lid 1 BW Pro, de geslachtsnaam van de moeder dragen. De rechtbank zal daarom voor de volledigheid verstaan dat [minderjarige] de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam van de moeder] ” zal hebben.
Toesturen beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand
3.7
De rechtbank zal bepalen dat de griffier van deze rechtbank, wanneer de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Breda, om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Beëindiging taak van de bijzondere curator
3.8
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.
Kosten deskundigenonderzoek
3.9
Ten aanzien van de kosten van het DNA-onderzoek overweegt de rechtbank het volgende. De kosten van de deskundige, destijds begroot op € 695,-, zijn uit ’s Rijks kas voorgeschoten, waarbij de beslissing omtrent de veroordeling in de kosten van deze kosten is aangehouden. De rechtbank stelt vast dat de kosten van de deskundige uiteindelijk € 755,- bedragen.
Gelet op de stellingen van partijen en het feit dat beide partijen er belang bij hebben gehad om duidelijkheid te hebben over het biologische verwantschap tussen de man en [minderjarige] , is de rechtbank van oordeel dat de kosten van het DNA-onderzoek door beide partijen, ieder voor de helft (€ 377,50), dienen te worden gedragen. De rechtbank zal dan ook als zodanig beslissen. Voor de betaling van voormeld bedrag zal door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur met betaalinstructies worden toegezonden.
Proceskosten
3.1
Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
vernietigt de erkenning van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats] , door de heer [de juridische vader] , geboren op [geboortedag 2] 1981 te [geboorteplaats] ;
4.2
verstaat dat [minderjarige] , na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking, de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam van de moeder] ” heeft;
4.3
beschouwt de taak van de bijzondere curator in deze procedure in eerste aanleg als beëindigd;
4.4
stelt de kosten van de deskundige vast op € 755,= (inclusief btw);
4.5
veroordeelt de moeder en de [de juridische vader] ieder tot betaling van de helft van de kosten van de deskundige, zijnde een bedrag van € 377,50 ieder, welk bedrag na ontvangst van de nota met betaalinstructies van het LDCR moet worden voldaan;
4.6
verdeelt de kosten van partijen in deze procedure tussen hen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.7
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026, in aanwezigheid van Van Diepen, de griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.