Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
WILLIAM SCHRIKKER STICHING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
1.Het (verdere) verloop van de procedure
- de beschikking van deze rechtbank van 19 januari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- het bericht van de GI met bijlagen, ontvangen op 16 maart 2026;
- het bericht van de GI met bijlage, ontvangen op 17 maart 2026;
- het bericht van mr. Van Steenberge met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige, stabiele en voorspelbare opvoedsituatie, waarbij er geen sprake is van middelengebruik en de moeder fysiek en emotioneel beschikbaar is;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren voldoende rust, stabiliteit en voorspelbaarheid, er wordt in hun opvoedbehoeften voorzien en zij kunnen zich richten op de ontwikkelingstaken die bij hun leeftijd passen;
- Er blijft zicht bestaan op de opvoedvaardigheden van de moeder en de opvoedomgeving die zij biedt. Vanuit de hulpverlening is er aandacht voor het onvoldoende (probleem) inzicht dat moeder heeft in de effecten van haar opvoedvaardigheden en haar opvoedomgeving op de kinderen. Indien de moeder hulp nodig heeft om haar opvoedvaardigheden verder te ontwikkelen, werkt zij daar samen met de hulpverlening aan;
- De hulpverlening monitort in hoeverre de kinderen last hebben van de zorgen in hun opvoedomgeving en of zij hierin begeleiding (zoals psycho-educatie over scheiding of begeleiding bij hun gehechtheidsrelatie met moeder) nodig hebben en zet dit eventueel in;
- [verslavingszorg] maakt een terugvalpreventieplan en veiligheidsafspraken met de moeder;
- De moeder werkt mee aan (onverwachte) alcohol- en drugscontroles en zorgt dat deze negatief zijn;
- Ouders stellen zich begeleidbaar op en houden zich aan de gemaakte afspraken.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.