De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar oma, vanwege de psychische kwetsbaarheid van de moeder. De moeder heeft een zorgmachtiging en is na een terugval langdurig opgenomen geweest bij een GGZ-instelling. Hoewel zij inmiddels met depotmedicatie thuis is en ambulante zorg ontvangt, is haar situatie nog pril en instabiel.
De minderjarige verbleef sinds 9 december 2025 weer bij de moeder, na een stapsgewijze terugplaatsing ondersteund door intensieve ambulante hulpverlening. Begin januari 2026 namen de zorgen toe door vermoedelijk onjuist medicatiegebruik van de moeder, wat leidde tot een spoedplaatsing bij de oma. De GI verzoekt nu de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot het einde van de ondertoezichtstelling op 9 juli 2026.
De moeder steunt het verzoek en wenst de begeleide contactmomenten met de minderjarige uit te breiden, ook bij haar thuis. De oma is bereid de zorg voort te zetten, maar is overbelast door de zorg voor meerdere kinderen en de kleine woning. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de moeder een langere periode van stabiliteit toont en dat de minderjarige niet opnieuw wordt blootgesteld aan onveiligheid.
De machtiging wordt verlengd tot 9 juli 2026 en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kinderrechter ondersteunt het perspectiefonderzoek van de GI naar de toekomst van de minderjarige en de mogelijke ontlasting van de oma door kinderopvang.