Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3345

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/02/444902 / JE RK 26-229
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Duinhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens blijvende zorgen en communicatieproblemen ouders

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen te verlengen voor een periode van zes maanden, van 4 april 2026 tot 4 oktober 2026. Dit verzoek werd ingediend door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Zeeland, die de noodzaak tot verlenging motiveerde met het oog op de afronding en borging van de ondertoezichtstelling.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De moeder gaf aan dat de huidige contactmomenten met de kinderen in principe goed verlopen, maar dat zij knelpunten ervaart door schooltijden en communicatieproblemen met de vader. De vader was het eens met de verlenging en wenste geen wijziging van de omgangsregeling. Een van de minderjarigen sprak met de kinderrechter en gaf aan behoefte te hebben aan duidelijkere communicatie van de moeder.

De kinderrechter constateerde dat ondanks zichtbare vooruitgang de kinderen nog kwetsbaar zijn en dat de langdurige strijd tussen de ouders nog steeds gevolgen heeft. De kern van de problematiek ligt in de onvoldoende constructieve communicatie tussen de ouders, met name de houding van de moeder vraagt aandacht. De verlenging is noodzakelijk om de gemaakte afspraken te bestendigen, de communicatie te verbeteren en een stabiele opvoedingssituatie te creëren.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door kinderrechter Duinhof en schriftelijk vastgelegd op 7 april 2026.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd met zes maanden wegens blijvende zorgen en communicatieproblemen tussen de ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444902 / JE RK 26-229
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] .
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder,
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
  • een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De zaak is gelijktijdig behandeld met zaaknummer
C/02/434853 / JE RK 25-799. Op dit zaaknummer wordt per separate beschikking beslist.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
Bij beschikking van de kinderechter van deze rechtbank van 4 april 2023 zijn
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 4 april 2023 en tot 4
april 2024. De ondertoezichtstelling is vervolgens telkens verlengd, laatstelijk tot 4 april 2026.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 12 december 2023 is
een machtiging verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 12 december 2023 en tot 12 maart 2024. De machtiging is daarna telkens verlengd tot uiteindelijk tot 4 juli 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft tijdens de zitting het verzoek nu de komende zes maanden nodig zijn om te komen tot een afronding en borging van de ondertoezichtstelling. Met name de communicatie vanuit de moeder is daarbij een punt van zorg en aandacht. Verder ziet de GI ziet geen aanleiding om op dit moment een wijziging in de omgangsregeling door te voeren nu daarover geen gezamenlijk overleg is geweest met de ouders. Door de ouders zijn geen concrete knelpunten teruggekoppeld. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de vader en dit verloopt goed. Ook de eerder vastgestelde contactregeling met de moeder verloopt goed.
4.2.
De moeder geeft tijdens de zitting aan dat de huidige contactmomenten in de basis goed verlopen maar dat zij in de praktijk tegen knelpunten aanloopt door schooltijden, bereikbaarheid en onduidelijkheden in de planning. Zij maakt zich zorgen over de belasting en het welzijn van de kinderen en wenst een meer passende en rustige contactregeling. De moeder heeft de voorkeur de contactmomenten (deels) in het weekend te laten zijn zodat er meer tijd en minder stress is. Zij heeft deze voorstellen nog niet aan de kinderen of de vader voorgelegd. Daarnaast ervaart de moeder beperkingen in de informatievoorziening vanuit de vader en zoekt zij naar een betere afstemming en onderlinge communicatie met de vader.
4.3.
Door en namens de vader wordt tijdens de zitting aangegeven akkoord te zijn met het verzoek van de GI. De vader wenst dat de GI gaat toewerken naar een afronding en borging van de ondertoezichtstelling. Volgens de vader verloopt de huidige omgangsregeling goed en is deze in de praktijk goed werkbaar. De vader ziet dan ook geen noodzaak tot wijziging van de huidige contactregeling en wenst dat de huidige contactregeling definitief wordt vastgesteld. De vader vindt een weekendregeling niet wenselijk omdat dit niet in het belang van de kinderen en de huidige stabiliteit is. Volgens de vader komen eventuele problemen rondom de contactmomenten met name voort uit onduidelijkheden of het niet nakomen van afspraken door de moeder.
4.4.
[minderjarige 1] geeft in het gesprek met de kinderrechter aan dat het contact met haar moeder over het algemeen goed verloopt maar dat zij behoefte heeft aan duidelijkere en tijdige communicatie. [minderjarige 1] vindt het vervelend als haar moeder niet reageert op berichten of afspraken niet duidelijk bevestigt. [minderjarige 1] kiest er bewust voor om discussies hierover te vermijden maar zou het prettig vinden als haar moeder meer initiatief neemt om duidelijker te communiceren.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Dit betekent dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden toegewezen voor de duur van zes maanden. De kinderrechter zal deze beslissing hierna toelichten.
5.2.
De kinderrechter stelt voorop dat er nog steeds zorgen bestaan over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Hoewel zichtbaar is dat beide kinderen in de afgelopen periode stappen hebben gezet en meer rust hebben gevonden, zijn zij nog kwetsbaar. Beide minderjarigen dragen de gevolgen van de langdurige strijd tussen de ouders en hebben nog ondersteuning nodig om zich verder goed te kunnen ontwikkelen. Daarnaast zijn er met name blijvende zorgen over de ouders en hun onderlinge verhouding en communicatie. De kern van de problematiek ligt nog steeds in het onvoldoende constructief kunnen communiceren in het belang van de kinderen, waarbij met name de opstelling van de moeder aandacht vraagt. Het is niet toereikend wanneer zij stelt dat zij hierin fouten maakt, maar dat de kinderen en de vader dat ook doen. Van beide ouders mag worden verwacht dat zij als volwassenen het voortouw nemen en helder en voorspelbaar communiceren. Juist ook richting [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De huidige dynamiek maakt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog te vaak worden belast met spanningen en onduidelijkheden tussen de ouders.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling nog moet worden verlengd. Hoewel er vooruitgang is geboekt, is de situatie nog onvoldoende stabiel en duurzaam geborgd. De komende zes maanden zijn daarom van groot belang als afrondende fase. In deze periode moet nadrukkelijk worden gewerkt aan het bestendigen van de gemaakte afspraken, het verbeteren van de onderlinge communicatie en het creëren van een duurzame stabiele opvoedingsomgeving waarin geen ruimte meer is voor onduidelijkheid en terugval.
5.4.
De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat deze borging zorgvuldig en volledig wordt gerealiseerd zodat na afloop van de ondertoezichtstelling sprake is van een stabiele en veilige situatie. Gezien de leeftijd en ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet dit haalbaar zijn als de ouders hun verantwoordelijkheid nemen en de ingezette lijn vasthouden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.6.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van zes maanden, te weten met ingang van 4 april 2026 en tot 4 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.