Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3347

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/02/444882 / FA RK 26-701
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Baggel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing uitsluitend gebruik echtelijke woning aan man wegens bedrijfsvoering en belangenafweging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 maart 2026 een verzoek van de man tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Beide partijen hadden verzoeken ingediend tot uitsluitend gebruik van de woning, waarbij de vrouw stelde dat zij vanwege grensoverschrijdend gedrag van de man en gebrek aan alternatieve woonruimte niet meer in de woning kon verblijven. De man stelde dat hij geen alternatieve woonruimte had en zijn bedrijf vanuit de woning drijft.

De rechtbank overwoog dat de situatie in de woning onhoudbaar was en dat één van de partijen de woning moest verlaten. Beide partijen betwistten elkaars stellingen over alternatieve woonruimte, maar geen van beiden had dit voldoende onderbouwd. De vrouw kon tijdelijk bij haar ouders verblijven, die een kamer beschikbaar hadden op 800 meter afstand, en de man had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen alternatieven had.

De rechtbank stelde dat het gedrag van de man geen doorslaggevend belang was in de afweging. Het belang van de man om in de woning te blijven werd zwaarder geacht vanwege zijn bedrijfsvoering, waarbij hij een kantoorruimte met meetapparatuur heeft en klanten ontvangt. De vrouw werd bevolen de woning binnen twee weken te verlaten.

Deze beslissing houdt rekening met de belangen van beide partijen en de noodzaak voor de man om zijn bedrijf voort te zetten vanuit de woning, wat zijn belang bij het uitsluitend gebruik versterkt.

Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen en de vrouw moet deze binnen twee weken verlaten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/444882 / FA RK 26-701
datum uitspraak 24 maart 2026
beschikking over het treffen van voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de man],
wonende in [plaats] , gemeente Halderberge,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. Th. Kremers,
en
[de vrouw],
wonende in [plaats] , gemeente Halderberge,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. K. Beumer.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 10 februari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de man;
- het op 3 maart 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen van de vrouw.
1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 10 maart 2026. Gelijktijdig is behandeld de zaak met zaaknummer C/02/444909 / FA-RK 26-718. Bij deze mondelinge behandeling waren partijen aanwezig. Zij werden bijgestaan door hun advocaat. Daarnaast was aanwezig mevrouw [persoon] in haar hoedanigheid als advocaat-stagiaire verbonden aan het kantoor van mr. Beumer.

2.Het verzoek

De man verzoekt, samengevat, het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem.

3.De beoordeling

3.1
Nu in deze procedure en in de hiervoor onder r.o. 1.2. genoemde procedure door partijen over en weer verzoeken zijn gedaan tot het uitsluitend gebruik van de woning, zullen twee beschikkingen worden gewezen. Voor beide verzoeken wordt dezelfde belangenafweging gemaakt, die daarom in beide beschikkingen in dezelfde bewoordingen zal zijn terug te lezen.
Standpunt van de vrouw
3.2
De vrouw motiveert haar belang bij het uitsluitend gebruik van de woning als volgt. De man heeft zich schuldig gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag richting haar, onder andere door haar te beledigen, te intimideren en dreigende uitlatingen te doen. De spanningen tussen partijen zijn hierdoor dusdanig opgelopen dat zij niet meer met de man in de woning kan verblijven. Zij verdient te weinig voor een particuliere huurwoning. Zij heeft een huisvestingsvergunning aangevraagd, maar op korte termijn is er geen sociale huurwoning beschikbaar. Daarnaast is het voor haar niet mogelijk om voor een langere periode bij haar ouders te verblijven; zij zijn op leeftijd zijn en hebben gezondheidsklachten. Verblijf bij vriendinnen is evenmin mogelijk. Bovendien is zij voor haar werk gebonden aan [plaats] . Het gedrag van de man en het gebrek aan een alternatieve oplossing maakt volgens de vrouw dat haar belang bij het uitsluitend gebruik van de woning zwaarder moet wegen dan dat van de man. De man heeft bovendien de mogelijkheid om elders te verblijven.
Standpunt van de man
3.3
De man voert aan dat hij het meeste belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de woning. De situatie in de woning is onhoudbaar geworden door spanningen en ruzies tussen partijen. Hij voelt zich getergd en uitgedaagd door de vrouw. Hij beschikt niet over alternatieve huisvesting. Op dit moment verblijft hij noodgedwongen in een caravan, maar dit is niet langer te doen. Zijn ouders wonen in een appartement waarin voor hem geen ruimte is. Hij heeft geen financiële middelen om, naast een deel van de woonlasten van de echtelijke woning, ook nog de lasten van alternatieve woonruimte te betalen. Verder is van belang dat hij zijn bedrijf aan huis heeft. Hij heeft een kantoorruimte, verricht metingen met daarvoor bestemde apparatuur en ontvangt daar klanten en ook worden goederen op het adres van de woning geleverd. Dat kan hij niet zo maar vanaf een andere plaats doen. Tot slot stelt hij dat de vrouw elders kan verblijven, bijvoorbeeld bij haar ouders die in een eengezinswoning wonen op korte afstand van de echtelijke woning en het werk van de vrouw.
Inhoudelijke beoordeling
3.4
De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast dat de situatie waarin zij samen in de woning verblijven onhoudbaar is. Dat betekent dat één van partijen de woning zal moeten verlaten. Omdat beide partijen verzoeken het uitsluitend gebruik van de woning aan hem of haar toe te delen zal de rechtbank een afweging moeten maken tussen de belangen van de vrouw en die van de man bij het uitsluitend gebruik van de woning.
Beide partijen geven aan dat de ander alternatieve woonruimte heeft en beide partijen betwisten dit standpunt van de ander. De rechtbank is van oordeel dat geen van partijen voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij niet over alternatieve woonruimte kunnen beschikken. Zo heeft de vrouw aangevoerd dat zij niet bij haar ouders kan verblijven vanwege hun gezondheidsklachten en hun leeftijd, maar desgevraagd heeft zij geen nadere concrete toelichting gegeven waarom deze omstandigheden maken dat zij daar niet tijdelijk kan verblijven. Onbetwist is gesteld dat de woning van haar ouders een eengezinswoning betreft en dat zich daarin een vrijstaande kamer bevindt. Ook is niet betwist dat de woning 800 meter van de echtelijke woning is gelegen, waardoor de vrouw vanuit deze plek naar haar werk kan blijven gaan. De man heeft evenmin voldoende toegelicht waarom hij geen alternatieven heeft. Het blijft bij de blote stelling dat hij een huurwoning in de particuliere sector niet kan betalen. Ook dat is zonder nadere toelichting echter niet voldoende aannemelijk geworden. Dit betekent dat het belang dat (een van) partijen niet over alternatieve huisvesting kunnen beschikken niet de doorslag geeft.
De vrouw heeft aangevoerd dat de man door zijn gedrag heeft gezorgd dat de spanningen zo hoog zijn opgelopen dat een voorziening met betrekking tot het gebruik van de woning nodig is. Hoewel de vrouw hiertoe onderliggende stukken in het geding heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat, naast het feit dat haar stelling in het kader van deze procedure, ook gelet op de gemotiveerde betwisting van de man, niet kan worden vastgesteld, dit ook geen belang is dat in het kader van de belangenafweging een rol speelt.
De man heeft tot slot aangevoerd dat hij zijn bedrijf vanuit de woning drijft. In dit verband is gebleken dat in de woning een kantoorruimte is ingericht, waarin zich onder andere voor zijn werk benodigde meetapparatuur bevindt. Ook nu hij sinds enige tijd in een caravan verblijft, komt de man, zo heeft hij onbetwist aangevoerd, dagelijks naar de woning om vanuit het kantoor te werken. Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat hij in verband met deze werkzaamheden in het kantoor af en toe klanten ontvangt en dat bij de woning met enige regelmaat goederen worden afgeleverd, zoals samples, maar ook pallets met producten, waarbij zijn tussenkomst in verband met de doorlevering/overlading vereist is. De rechtbank gaat gelet op het voorgaande voorbij aan de stelling van de vrouw dat de man de werkzaamheden gemakkelijk elders kan uitvoeren. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de man om in de woning te blijven, gelet hierop groter is dan het belang van de vrouw om in de woning te blijven. De man moet voor de uitvoering van zijn bedrijf, welke zorgt voor de inkomstenbron waar partijen nu samen van leven, dagelijks in de echtelijke woning zijn.
3.5
Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek van de man toe, met dien verstande dat zal worden bepaald dat de vrouw de woning moet verlaten binnen een termijn van twee weken na de datum van deze beschikking.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , gemeente Halderberge, daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, en beveelt de vrouw deze woning te verlaten binnen een termijn van twee weken na de datum van deze beschikking en deze verder niet te betreden.
Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.