Uitspraak
2.Het verzoek
3.De beoordeling
Beide partijen geven aan dat de ander alternatieve woonruimte heeft en beide partijen betwisten dit standpunt van de ander. De rechtbank is van oordeel dat geen van partijen voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij niet over alternatieve woonruimte kunnen beschikken. Zo heeft de vrouw aangevoerd dat zij niet bij haar ouders kan verblijven vanwege hun gezondheidsklachten en hun leeftijd, maar desgevraagd heeft zij geen nadere concrete toelichting gegeven waarom deze omstandigheden maken dat zij daar niet tijdelijk kan verblijven. Onbetwist is gesteld dat de woning van haar ouders een eengezinswoning betreft en dat zich daarin een vrijstaande kamer bevindt. Ook is niet betwist dat de woning 800 meter van de echtelijke woning is gelegen, waardoor de vrouw vanuit deze plek naar haar werk kan blijven gaan. De man heeft evenmin voldoende toegelicht waarom hij geen alternatieven heeft. Het blijft bij de blote stelling dat hij een huurwoning in de particuliere sector niet kan betalen. Ook dat is zonder nadere toelichting echter niet voldoende aannemelijk geworden. Dit betekent dat het belang dat (een van) partijen niet over alternatieve huisvesting kunnen beschikken niet de doorslag geeft.
De vrouw heeft aangevoerd dat de man door zijn gedrag heeft gezorgd dat de spanningen zo hoog zijn opgelopen dat een voorziening met betrekking tot het gebruik van de woning nodig is. Hoewel de vrouw hiertoe onderliggende stukken in het geding heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat, naast het feit dat haar stelling in het kader van deze procedure, ook gelet op de gemotiveerde betwisting van de man, niet kan worden vastgesteld, dit ook geen belang is dat in het kader van de belangenafweging een rol speelt.