Uitspraak
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015,
1.Het verdere procesverloop
2.De (aangehouden) verzoeken
3.De nadere beoordeling
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar.
nietgericht op verbetering van de oudercommunicatie, omdat er bij beide partijen geen bereidheid ontstaat om daaraan te werken. Het gezag zal daarmee geen onderwerp van gesprek zijn binnen het hulpverleningstraject. De rechtbank ziet mede daarom geen reden tot verdere aanhouding van de beslissing op het verzoek over het gezag.
4.De beslissing
voorlopigrecht hebben op omgang met elkaar éénmaal per twee weken op zaterdag of zondag, nader tussen partijen te bepalen, van 10.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de man [minderjarige] bij de vrouw ophaalt en de vrouw hem weer terugbrengt. Met ingang van 18 februari 2026 wordt deze regeling uitgebreid met een vast wekelijks belmoment van de man met [minderjarige] op woensdag om 18:00 uur;
1 december 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.