Uitspraak
1.[eiser 1] B.V.,
[bedrijf] B.V.,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 7 van [gedaagde] ;
- de aantekeningen van de griffier van de op 27 maart 2026 gehouden mondelinge behandeling, inclusief de door mr. Van Namen overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen.
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het pand aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats 4] binnen 48 uur na betekening van het vonnis;
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser 1] te betalen € 20.397,81 aan huurachterstand en [gedaagde] ook te veroordelen om aan [eiser 1] te betalen € 6.799,27 per maand aan huur vanaf 1 maart 2026 tot aan de dag van de ontruiming;
- [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het pand aan de [adres 3] te [plaats 4] binnen 48 uur na betekening van het vonnis;
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser 2] te betalen € 8.411,68 aan huurachterstand en [gedaagde] ook te veroordelen om aan [eiser 2] te betalen € 2.102,92 per maand aan huur vanaf 1 maart 2026 tot aan de dag van de ontruiming;
4.De beoordeling
Eerst je schuld betalen dan wordt er pas iets gedaan!!’. Uit deze mededeling kan niet de conclusie worden getrokken dat alle gebreken zijn verholpen. [gedaagde] heeft uit dit bericht wel mogen afleiden dat het niet (langer) zinvol was om klachten over gebreken te blijven melden. De gemachtigde van [gedaagde] heeft tijdens de zitting aangevoerd dat - gelet op de gebreken - een beroep op huurprijsvermindering door [gedaagde] zal worden gedaan in de bodemprocedure.