Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
Na een grondige inspectie van het appartement was ik onaangenaam verrast, hierbij de lijst van zaken waarvoor ik een gedeelte van je borg houd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een appartement van 1 april 2024 tot 31 maart 2026, waarbij de huurder een waarborgsom van €975 betaalde. De huurovereenkomst eindigde voortijdig op 31 juli 2025, waarna de huurder de sleutels inleverde. De verhuurder betaalde slechts de helft van de borg terug, met verwijzing naar vermeende schade aan de wasmachine, bank en andere zaken.
De huurder stelde dat de verhuurder onterecht de helft van de borgsom inhoudt en vorderde het resterende bedrag van €487,50. De verhuurder voerde aan dat de huurder zich niet aan de opleverafspraken had gehouden en dat de borg daarom mocht worden verrekend met de herstelkosten.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurder de waarborgsom niet mocht verrekenen met schade aan de wasmachine en bank, omdat deze goederen buiten de huurovereenkomst vielen en het gebruik daarvan kosteloos was verstrekt. Daarnaast was er geen beginstaat van het gehuurde opgemaakt, waardoor werd aangenomen dat de staat bij aanvang gelijk was aan die bij oplevering, behalve voor het bevestigingsmateriaal van hondenhekjes. Het inhouden van de helft van de borgsom was niet proportioneel en de verhuurder had de huurder eerst de gelegenheid moeten geven om de restanten te verwijderen.
De kantonrechter veroordeelde de verhuurder tot terugbetaling van het resterende bedrag van €487,50 en tot betaling van de proceskosten van €140.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van €487,50 en betaling van proceskosten.