Eiser heeft compensatie gevraagd voor de toeslagjaren 2006 en 2008 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), omdat hij meent dat de terugvorderingen niet rechtsgeldig zijn vanwege het ontbreken van initiële voorschotbeschikkingen. De Dienst Toeslagen heeft dit afgewezen, stellende dat er geen sprake is van institutionele vooringenomenheid of onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de initiële voorschotbeschikkingen ontbreken, voldoende andere gegevens beschikbaar zijn die gebruikt zijn voor de beoordeling van de toeslagjaren. De Dienst Toeslagen heeft op basis van deze gegevens geoordeeld dat de terugvorderingen het gevolg zijn van reguliere wijzigingen, zoals een hoger toetsingsinkomen en stopzetting van toeslag bij werkloosheid.
Eiser heeft deze gemotiveerde standpunten niet betwist. De rechtbank concludeert daarom dat de Dienst Toeslagen terecht compensatie heeft geweigerd over de jaren 2006 en 2008. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.