De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van de voogdij van de heer pleegvader over twee minderjarigen, geboren in 2009 en 2013. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de beëindiging van deze voogdij en de benoeming van de gecertificeerde instelling (GI) Jeugdbescherming West Zeeland tot nieuwe voogdes.
De feiten tonen aan dat de minderjarigen al geruime tijd onder toezicht staan en dat de voogd niet meer in staat is de voogdij op een juiste wijze uit te oefenen. Er is geen contact meer tussen de voogd en de minderjarigen, noch met de pleegouders, en de situatie leidt tot ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen. De minderjarigen en overige betrokkenen, waaronder de pleegouders en ouders, steunen het verzoek tot beëindiging.
De rechtbank oordeelt dat de voogd niet binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid kan dragen en dat het belang van de minderjarigen gediend is met beëindiging van de voogdij. De GI wordt benoemd tot voogdes om continuïteit en stabiliteit te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de voogdij van de pleegvader wordt per direct beëindigd.