De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2018 en 2022. De minderjarigen zijn erkend door de vader en staan onder gezamenlijk gezag van beide ouders, waarbij zij gescheiden wonen. De eerdere ondertoezichtstelling liep van 27 maart 2025 tot 27 maart 2026.
De gecertificeerde instelling stelt dat ondanks de inzet en liefde van de ouders, de minderjarigen nog steeds te maken hebben met spanningen en communicatieproblemen tussen de ouders, wat hun ontwikkeling bedreigt. De ouders zijn niet altijd in staat om de noodzakelijke zorg en hulpverlening zelfstandig te dragen en accepteren. De moeder en vader stemmen in met de verlenging, hoewel de vader terughoudend is over bepaalde vormen van hulpverlening.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld. Er is nog steeds sprake van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen, en de ouders kunnen deze niet zonder toezicht en hulpverlening wegnemen. De kinderrechter legt de nadruk op het belang van voortgezette regie door de gecertificeerde instelling en het versterken van de samenwerking tussen ouders en hulpverleners. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 27 maart 2027.