Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3389

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
C/02/397654 FA RK 22-2178
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Oomes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag en vaststelling onbegeleide contactregeling voor minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 februari 2026 een zaak over gezag en omgang tussen de man en zijn minderjarige kind. De man verzocht om gezamenlijk gezag en onbegeleid contact, terwijl de vrouw aanvankelijk terughoudend was vanwege zorgen over de stabiliteit van de man en zijn vermeende alcoholgebruik.

Uit rapporten van een stichting en de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de omgang onder begeleiding goed verliep en dat de man zijn leven positief heeft heringericht. De vrouw bleef echter moeite houden met vertrouwen en wilde alleen begeleide omgang. De Raad adviseerde gezamenlijk gezag toe te wijzen en een onbegeleide contactregeling van drie uur per week vast te stellen.

De rechtbank volgde dit advies en legde een contactregeling vast waarbij de man de minderjarige wekelijks op zaterdag drie uur onbegeleid mag zien. Tevens werd het gezamenlijk gezag toegewezen, met de verwachting dat partijen hun communicatie verbeteren en oudergesprekken voeren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en stelt een onbegeleide contactregeling van drie uur per week vast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/397654 FA RK 22-2178
26 maart 2026
nadere beschikking betreffende gezag en zorgregeling
in de zaak van
[de man],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.W.J.M. te Pas,
en
[de vrouw],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Czarnota.

1.Het verdere procesverloop

1.1
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de in deze zaak gegeven beschikking van 13 december 2024 en alle daarin vermelde stukken;
- de brief van mr. Te Pas van 9 juli 2025 met bijlage;
- de e-mails van mr. Kowalczyk (kantoorgenoot van mr. Te Pas) van 11 juli 2025,
25 september 2025 (met als bijlage twee e-mails van [stichting] van
17 september 2025 en 22 september 2025) en 29 september 2025;
- de brieven van mr. Czarnota van 29 juli 2025 en 20 februari 2026 (met bijlage);
- de brief van mr. Kowalczyk van 29 oktober 2025 (met als bijlage een rapport van [stichting] ).
1.2
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de man, bijgestaan door mr. Kowalczyk (waarnemer van mr. Te Pas), en de vrouw, bijgestaan door mr. Czarnota. Beide partijen werden daarbij ondersteund door een tolk. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.

2.De nadere beoordeling

2.1
Bij voormelde beschikking van 13 december 2024 is het verzoek van de vrouw dat strekt tot vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021 (hierna: [minderjarige] ), afgewezen. De verdere behandeling van de verzoeken betreffende het gezag en de omgangsregeling is aangehouden, in afwachting van bericht van de advocaten van partijen over de resultaten van de ingezette hulpverlening en de begeleide omgang tussen de man en [minderjarige] .
2.2
In de overgelegde e-mails en het rapport van [stichting] is het volgende naar voren gebracht. De begeleiding van de man verloopt goed. Eenmaal per week vindt er begeleide omgang bij hem thuis plaats. In het begin voelde [minderjarige] zich wat gereserveerd tegenover hem, maar tegenwoordig rent [minderjarige] met open armen naar hem toe. Tijdens de bezoeken richt hij al zijn aandacht op [minderjarige] . Hij toont [minderjarige] veel liefde en genegenheid. Hij is nog geen enkele keer onder invloed van alcohol geweest. In het begin waren er enkele problemen met de netheid van zijn huis, maar inmiddels is zijn huis bij elk bezoek netjes en opgeruimd. De man heeft inmiddels ook een baan. Hoewel er bij hem geen alcoholprobleem is vastgesteld, neemt hij iedere zondag deel aan AA-bijeenkomsten. Zijn moeilijkheden vloeien eerder voort uit onzekerheid en een verkeerde vriendenkring tijdens zijn emigratie. De AA-bijeenkomsten ondersteunen hem bij het hervinden van zijn evenwicht en het volgen van de juiste weg in het leven. Hij laat zien dat hij zijn leven weer op een goede manier opbouwt. Voortzetting van deze positieve ontwikkeling is wenselijk en verdient groei. De man staat verder open voor oudergesprekken en hij geeft blijk van bereidheid tot samenwerking. Helaas heeft de vrouw nog steeds moeite om de man te vertrouwen. Zij richt zich met name op de negatieve kanten van de situatie en ziet de positieve aspecten niet. Zij heeft meer tijd nodig om zekerheid te krijgen over de stabiliteit en betrouwbaarheid van de man. Haar standpunt hierover is al geruime tijd onveranderd. Zij zal hiervoor hulp voor zichzelf moeten zoeken om hierin verder begeleid te worden omwille van het contact tussen de man en [minderjarige] . Op 10 september 2025 heeft de vrouw aangegeven dat zij niet weet of zij ooit zal instemmen met bezoeken zonder toezicht. De mogelijkheden van [stichting] om hierin verder te ondersteunen zijn uitgeput. De man laat zien dat hij klaar is om zelfstandig contact met [minderjarige] te hebben zonder toezicht. Hij heeft de afgelopen maanden aangetoond dat hij zichzelf en de situatie serieus neemt en op een volwassen manier met [minderjarige] kan omgaan. [stichting] stelt voor dat de bezoeken in eerste instantie eenmaal per week gedurende drie uur plaatsvinden en, als alles goed verloopt, geleidelijk worden uitgebreid.
2.3
De man handhaaft zijn verzoek tot vaststelling van een contactregeling tussen hem en [minderjarige] van iedere zaterdag en zondag gedurende twee uur, zonder aanwezigheid van de vrouw en/of derden. Onder begeleiding van [stichting] heeft hij [minderjarige] iedere week gedurende twee uur gezien. Sinds [stichting] eind november 2025 is gestopt met het begeleiden van de omgang, heeft hij geen contact meer met [minderjarige] gehad. In de kerstperiode van 2025 wilde hij [minderjarige] cadeaus brengen, maar dat kwam voor de vrouw niet uit. Toen de man [minderjarige] later samen met de vrouw en haar partner in de stad tegenkwam, vroeg [minderjarige] wie hij was. De vrouw zei toen dat de man een oom was. Het is mooi dat de vrouw haar leven opnieuw heeft ingericht met een nieuwe partner, maar zij plaatst de man op een zijspoor. Zij straalt goede wil uit, maar zij blijft in het verleden steken. De man wil graag contact met [minderjarige] en van hem kan niet langer worden verlangd dat hij zich aanpast aan de regels en wensen van de vrouw. De man verzoekt verder om zijn verzoek om gezamenlijk gezag toe te wijzen. Hij is er niet debet aan dat de communicatie tussen partijen niet is verbeterd. Hij zou de oudercommunicatie tussen partijen graag willen verbeteren, maar de vrouw wil geen contact met hem. Het kan niet zo zijn dat zijn recht op gezag over [minderjarige] wordt ontnomen door de houding van de vrouw. Het gegeven dat partijen geen goede band hebben staat de uitoefening van gezamenlijk gezag ook niet in de weg. De man verzoekt daarnaast om een beschermingsonderzoek in te stellen. In het rapport van 11 juli 2024 heeft de Raad aangegeven niets in een ondertoezichtstelling te zien, omdat partijen bereid waren om een vrijwillig traject in te zetten en de Raad het vertrouwen had dat het vrijwillig traject tot concrete resultaten zou leiden. Inmiddels blijkt uit de stukken van [stichting] dat de vrouw hulpverlening frustreert en niet akkoord gaat met onbegeleide omgang tussen de man en [minderjarige] .
2.4
De vrouw heeft ter zitting haar (primaire) verzoek om de omgang tussen de man en [minderjarige] te ontzeggen ingetrokken. Zij handhaaft haar (subsidiaire) verzoek om een minimale begeleide omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] vast te stellen zoals de rechtbank juist acht. De man doet alsof hij zijn leven weer op orde heeft, maar de vrouw hoort van anderen dat zijn leven niet is veranderd. De man heeft een alcoholprobleem en loopt volgens anderen nog steeds met bier op straat. Daarnaast zegt [minderjarige] dat hij de man eng vindt. Het is zeer regelmatig voorgekomen dat [minderjarige] na de omgang met de man in bed heeft geplast. De situatie afgelopen kerstperiode is ook anders geweest dan de man aangeeft. De vrouw werd overvallen door de vraag van de man of hij [minderjarige] cadeaus mocht geven. Op dat moment kwam het de vrouw niet uit, maar zij heeft de man later gebeld dat hij later wel zou kunnen langskomen. Tussentijds heeft de man haar samen met haar partner in de stad gezien. De vrouw ontkent dat zij op dat moment tegen [minderjarige] heeft gezegd dat de man een oom is. [minderjarige] weet dat de man zijn vader is. De man heeft vervolgens niets meer van zich laten horen. De vrouw vraagt zich af of het de man gaat om contact met [minderjarige] of om contact met haar. Op dit moment heeft zij grote zorgen over onbegeleid contact tussen de man en [minderjarige] . Wanneer de rechtbank toch een onbegeleide contactregeling vaststelt, vindt zij het belangrijk dat partijen met elkaar kunnen communiceren, onder andere over het verloop van de contacten tussen de man en [minderjarige] . Onder leiding van [stichting] hebben partijen slechts één gezamenlijk gesprek gehad. Omdat de man tijdens dit gesprek boos is weggelopen, heeft [stichting] besloten geen nieuwe oudergesprekken te plannen. De vrouw wil wel meer gesprekken met de man voeren om het vertrouwen in de man op te bouwen, maar zij wil dan ook de minder leuke dingen kunnen bespreken.
2.5
De Raad heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Volgens het rapport van [stichting] verliep de omgang tussen de man en [minderjarige] positief en waren er geen zorgen. De Raad adviseert dan ook conform het voorstel van [stichting] een contactregeling vast te leggen, waarbij er drie uur per week onbegeleid contact tussen de man en [minderjarige] plaatsvindt. Indien de contactregeling niet goed verloopt of niet wordt nagekomen kunnen partijen zich wenden tot bijvoorbeeld de Raad of Veilig Thuis. Een ondertoezichtstelling is hiervoor niet bedoeld en de Raad ziet geen aanleiding voor het uitvoeren van een beschermingsonderzoek. De communicatie tussen partijen is slecht, maar niet gebleken is dat de communicatie zo slecht is dat partijen geen gezamenlijk gezag over [minderjarige] kunnen uitoefenen. In de afgelopen drie jaren hebben partijen, hoewel zij daartoe wel de mogelijkheid hebben gehad, geen hulp gevraagd bij het verbeteren van hun oudercommunicatie. Het is aan partijen om deze hulp desgewenst alsnog in te schakelen. De Raad vreest dat de vrouw de man volledig buiten spel zal zetten als zij met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast blijft. De man heeft bovendien het gezag nodig om hem ten opzichte van [minderjarige] een positie te geven en om hem de mogelijkheid te geven om zo nodig hulpverlening rondom [minderjarige] in te schakelen. De Raad adviseert daarom om het verzoek van de man om gezamenlijk gezag toe te wijzen.
2.6
De rechtbank overweegt als volgt. Partijen verwijten elkaar dat zij een te mooi beeld van zichzelf te schetsen. Hun verhalen staan lijnrecht tegenover elkaar. De enige objectieve informatie waarover de rechtbank beschikt zijn de verslagen van [stichting] . Volgens [stichting] is de begeleide omgang tussen de man en [minderjarige] goed verlopen en kan er worden gestart met onbegeleide omgang. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de man een alcoholprobleem heeft of dat de man tijdens de omgang met [minderjarige] onder invloed van alcohol is geweest. De rechtbank volgt de Raad dan ook in zijn advies om een onbegeleide contactregeling tussen de man en [minderjarige] vast te leggen van drie uur per week. Na deze al ruim drie jaar durende procedure moet er volgens de rechtbank duidelijkheid komen over de contactregeling. Ter zitting is gebleken dat partijen zich kunnen vinden in een contactregeling van iedere zaterdag van 10.00 uur tot 13.00 uur, waarbij de vrouw [minderjarige] naar de man brengt en de man [minderjarige] naar de vrouw terugbrengt. De rechtbank zal deze regeling daarom vastleggen. De rechtbank gaat niet mee in de wens van de vrouw om de contacten de eerste keren op een openbare plek te laten plaatsvinden, zodat er dan andere mensen in de buurt zijn. Het is aan de vrouw om te doen wat voor haar nodig is om het vertrouwen in de man te laten groeien. Voor zover de vrouw zorgen heeft over het alcoholgebruik van de man, moet zij hierover met de man in gesprek en niet alleen naar haar omgeving luisteren. Als zij daarbij hulp nodig heeft, moet zij hulp zoeken.
2.7
Beide partijen hebben ter zitting uitgesproken dat zij vinden dat hun communicatie moet verbeteren en dat zij oudergesprekken willen voeren. De rechtbank verwacht van de vrouw, zoals zij ter zitting heeft toegezegd, dat zij partijen na de zitting zal aanmelden bij de gemeente voor een communicatietraject en dat de man hierin meegaat. De rechtbank is gelet op voormelde omstandigheden van oordeel dat zich geen van de in artikel 1:253c lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde gronden tot afwijzing van het verzoek van de man om gezamenlijk ouderlijk gezag voordoen. De oudercommunicatie van partijen behoeft verbetering, maar partijen hebben zich ter zitting bereid verklaard om hier in het belang van [minderjarige] aan te gaan werken. Er moet worden voorkomen dat de vrouw met het eenhoofdig gezag de man uit het leven van [minderjarige] weert. De man dient nu de kans te worden gegeven om het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit te oefenen en de vrouw te laten zien dat hij dit op de juiste manier zal doen. Het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag zal dan ook worden toegewezen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
bepaalt dat partijen voortaan gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarige
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021;
3.2
bepaalt dat de man en genoemde minderjarige in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van (onbegeleid) contact met elkaar eenmaal per week op zaterdag van 10.00 uur tot 13.00 uur, waarbij de vrouw de minderjarige naar de man brengt en de man de minderjarige naar de vrouw terugbrengt;
3.3
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Oomes, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.