ECLI:NL:RBZWB:2026:3392
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling zorgregeling na herstel relatie en huwelijk
De man diende op 9 april 2025 een verzoek in tot vaststelling van een zorgregeling voor de minderjarige kinderen. Op 24 maart 2025 was reeds een voorlopige zorgregeling vastgesteld en partijen werden verwezen naar een UHA-traject. Uit de UHA-rapportage van 10 december 2025 bleek dat partijen hun relatie hadden hersteld en in september 2025 waren getrouwd, waarbij de kinderen volledig bij beide ouders wonen.
De vrouw gaf aan dat goede afspraken waren gemaakt en verzocht om afwijzing van het verzoek, mede omdat de man geen advocaat meer had. De man trok vervolgens op 9 februari 2026 zijn verzoek in vanwege de hereniging en het huwelijk. De rechtbank besloot het verzoek af te wijzen omdat het ingetrokken was en compenseerde de proceskosten door iedere partij de eigen kosten te laten dragen.
De beschikking werd op 26 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Toekoen. Er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak, via het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, met tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de zorgregeling wordt afgewezen omdat partijen weer bij elkaar zijn en getrouwd.