Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3403

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
C/02/444665 / JE RK 26-202
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens blijvende ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds maart 2025 onder toezicht staat. De minderjarige woont bij zijn vader en heeft een zorgregeling met de moeder die deels begeleid verloopt. De GI stelt dat ondanks positieve ontwikkelingen zoals meer rust en structuur, emotietraining en ambulante opvoedondersteuning, de minderjarige nog steeds ernstig bedreigd wordt in zijn ontwikkeling door een complex en belast levensverhaal.

De kinderrechter heeft de minderjarige zelf gehoord via een brief en heeft de schriftelijke instemming van beide ouders ontvangen. De GI benadrukt de noodzaak van voortzetting van de ondertoezichtstelling om stabiliteit te behouden, de omgangsregeling zorgvuldig te monitoren en de emotionele begeleiding en schoolse ontwikkeling te ondersteunen.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet zonder toezicht worden weggenomen en de hechtingsrelaties zijn nog niet voldoende bestendig. De kwetsbare samenwerking tussen ouders en de prille uitbreiding van de omgang met de moeder vragen om zorgvuldige begeleiding.

Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd met zes maanden, van 29 maart 2026 tot 29 september 2026, en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met zes maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444665 / JE RK 26-202
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F. Pool uit Rotterdam,
en
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. W.H.P. de Jongh uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 februari 2026;
  • de brief van 10 maart 2026 van mr. De Jongh;
  • de brief van 23 maart 2026 van mr. Pool;
  • de brief van 24 maart 2026 van de GI.
1.2.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd aan de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 29 maart 2025 tot 29 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. Sinds [minderjarige] bij de vader woont, is er sprake van meer rust, structuur en voorspelbaarheid. [minderjarige] krijgt emotietraining (Rots en Water). De vader ontvangt ambulante opvoedondersteuning vanuit [gezinsbegeleiding] . Er is een zorgregeling met de moeder, welke deels begeleid en deels onbegeleid verloopt. Sinds januari 2026 is de zorgregeling uitgebreid met logeermomenten. Deze regeling zal stapsgewijs verder uitgebreid worden met een dag extra. Het verloop van de regeling dient zorgvuldig te worden gemonitord en regelmatig te worden geëvalueerd, om overbelasting en terugval te voorkomen.
Ondanks de positieve ontwikkelingen zijn er echter blijvende zorgen over de emotionele kwetsbaarheid van [minderjarige] . Hij heeft een belast en complex levensverhaal, waarin langdurig sprake is geweest van instabiliteit, onveiligheid en onduidelijkheid in de opvoedsituatie. Hierdoor blijft [minderjarige] kwetsbaar en is hij gevoelig voor veranderingen en spanningen. Daarnaast loopt hij op meerdere didactische gebieden achter en zijn de basisvaardigheden onvoldoende geautomatiseerd. [minderjarige] heeft blijvend behoefte aan rust, voorspelbaarheid en continuïteit in zijn opvoedsituatie. Ook heeft hij behoefte aan blijvende monitoring van zijn traumaverwerking, coping vaardigheden en schoolse ontwikkeling en schoolse ontwikkeling. Hoewel de samenwerking tussen de ouders verbeterd is, blijft deze kwetsbaar. Ook zijn er zorgen over de mogelijke invloed van externe invloeden op de moeder en daarmee indirect op [minderjarige] .
4.2.
Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om de stabiliteit rondom [minderjarige] te behouden en te verstevigen. Ook kunnen zo verdere stappen richting een duurzame opvoedsituatie verantwoord vorm worden gegeven. De komende periode wil de GI zich richten op het bestendigen van de stabiele opvoedsituatie bij vader, het zorgvuldig monitoren en evalueren van de uitgebreide omgangsregeling met moeder en het onderzoeken van de mogelijkheid om het logeermoment met een dag te verlengen. Daarnaast wil de GI [minderjarige] beschermen tegen loyaliteitsconflicten en belastende invloeden en zal de GI de emotionele begeleiding en traumamonitoring van [minderjarige] voortzetten. Ook zal de GI werken aan het ondersteunen en volgen van de schoolse ontwikkeling van [minderjarige] en aan het stabiliseren van de samenwerking tussen ouders.
4.3.
Namens de vader is door zijn advocaat schriftelijk bericht dat de vader instemt met het verzoek. De afhandeling van het verzoek kan wat de vader betreft schriftelijk worden afgedaan.
4.4.
Namens de moeder is door haar advocaat schriftelijk bericht dat ook de moeder instemt met het verzoek van de GI. Ook volgens de moeder kan het verzoek schriftelijk worden afgedaan.

5.De beoordeling

5.1.
Gezien de onderbouwing van het verzoek en de namens beide ouders gegeven toelichting acht de kinderrechter zich in staat om zonder zitting op het verzoek te beslissen.
5.2.
Hij is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Hij legt hieronder uit waarom.
5.3.
De afgelopen periode hebben er positieve ontwikkelingen plaatsgevonden. Sinds [minderjarige] bij de vader woont, is er sprake van meer rust, structuur en voorspelbaarheid. Ook is de zorgregeling tussen [minderjarige] en de moeder sinds januari 2026 uitgebreid met logeermomenten. De bedoeling is dat deze omgang op termijn zal worden uitgebreid. Ondanks de positieve ontwikkelingen, wordt de ontwikkeling van [minderjarige] echter nog steeds ernstig bedreigd. Er zijn zorgen over zijn emotionele kwetsbaarheid, vanwege zijn belaste en complexe levensverhaal, waarin langdurig sprake is geweest van instabiliteit, onveiligheid en onduidelijkheid in de opvoedsituatie. Ook loopt hij nog op meerdere didactische gebieden achter en zijn de basisvaardigheden onvoldoende geautomatiseerd. Ook zijn er zorgen over de mogelijke invloed van externe invloeden op de moeder en daarmee indirect op [minderjarige] .
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan nu nog niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De hechtingsrelaties zijn in ontwikkeling, maar nog niet voldoende bestendig om zonder toezicht vanuit de GI verder te groeien. Hoewel de samenwerking tussen de ouders is verbeterd, blijft deze kwetsbaar. Daarnaast is de uitbreiding van de omgang met moeder nog pril en vraagt dit om zorgvuldige begeleiding en evaluatie om overbelasting en terugval te voorkomen.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden, zoals verzocht.
5.6.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 29 maart 2026 tot 29 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 8 april 2026..
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.