De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene en zijn advocaat aanwezig waren, evenals de waarnemend casemanager FACT. De officier van justitie was niet aanwezig.
Betrokkene functioneert momenteel relatief stabiel dankzij depotmedicatie, maar zonder verplichte zorg bestaat het risico op decompensatie met ernstige gevolgen zoals zelfverwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. De casemanager benadrukte de noodzaak van een verplicht kader om medicatiegebruik en contact met het ambulante zorgteam te waarborgen.
De advocaat van betrokkene stelde dat het momenteel goed gaat en dat de zorgmachtiging beperkt zou moeten worden tot strikt noodzakelijke zorgvormen. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene onvoldoende intrinsieke motivatie toont om vrijwillig mee te werken aan de noodzakelijke zorg en dat verplichte zorg daarom noodzakelijk is.
De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het onderhouden van contact met het ambulante behandelteam. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De machtiging geldt voor twaalf maanden en dient als een extra vangnet om tijdig in te grijpen bij dreigende decompensatie.