Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Jeugdbescherming Brabant, hierna te noemen de GI.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 januari 2026;
- het bericht van de GI van 10 maart 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De mening van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]
5.De standpunten
6.De beoordeling
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een stabiele en veilige opvoedingsomgeving, waarin zij niet belast worden met communicatie- en samenwerkingsproblemen tussen de ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen de kans om op een positieve en onbelaste manier contact te hebben en een band te onderhouden met beide ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren ruimte om emoties, gedachten en wensen/behoeften t.a.v. het contact met de ouders te uiten;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen op school ondersteuning bij hun hoogbegaafdheid en intensiteiten en komen tot leren;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voelen zich veilig en prettig op school en kunnen aansluiten bij leeftijdsgenootjes;
- Er is duidelijkheid over of een co-ouderschapregeling in het belang van de kinderen is;
- De ouders werken mee aan systemische hulpverlening en hulpverlening gericht op het vormgeven van ouderschap na scheiding en maken, met hulpverlening, afspraken over een definitieve zorgregeling en wijze van samenwerking/communicatie t.a.v. de kinderen.
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.