Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3410

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
C/02/446344 / FA RK 26-1496
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz voor betrokkene met bipolaire-stemmingsstoornis

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een accommodatie na een risicovolle situatie waarbij zij onder invloed van wanen langs de snelweg liep. De burgemeester had de crisismaatregel afgegeven op 23 maart 2026. De officier van justitie verzocht om voortzetting van de crisismaatregel met diverse zorgvormen, waaronder medicatie, bewegingsbeperking en insluiting.

Betrokkene gaf aan zich rustiger te voelen en wilde graag terug naar haar familie in Hilversum. De psychiater stelde dat betrokkene nog onvoldoende gestabiliseerd was en klinische zorg noodzakelijk bleef, maar zag geen noodzaak voor sommige zorgvormen zoals toediening van vocht en voeding of insluiting. De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat betrokkene vrijwillig zou meewerken.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis (bipolaire-stemmingsstoornis) en dat de crisissituatie te ernstig is om de procedure voor een zorgmachtiging af te wachten. De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, waarbij het toedienen van medicatie, bewegingsbeperking, beperkingen in de vrijheid en opname werden toegewezen. Andere zorgvormen werden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.

De rechtbank hield rekening met de veiligheid van betrokkene en haar omgeving en vond de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief. De machtiging geldt tot en met 16 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met toegewezen zorgvormen medicatie, bewegingsbeperking, beperkingen in vrijheid en opname.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446344 / FA RK 26-1496
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
verblijvende te [plaats 2] – [accommodatie] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen te Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op
24 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [naam] , psychiater.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 23 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat zij zich vergeleken met haar situatie tijdens de crisisopname nu in veel rustiger vaarwater bevindt. Verder raakt het haar zeer dat, na eerder gedurende zes jaar lang zelfstandig te hebben gefunctioneerd, zij nu opnieuw als ‘psychotisch’ wordt bestempeld. Indien haar behandelaar niettemin verdere klinische behandeling nodig mocht achten is zij bereid die voorlopig nog even vrijwillig voort te zetten. Echter wil zij ook zo snel mogelijk terug naar haar in Hilversum woonachtige familie, waaronder haar moeder, die bereid is verder voor haar te zorgen. Daarnaast wil zij, omdat zij waarschijnlijk buitenbaarmoederlijk zwanger is, dat daarnaar onderzoek wordt gedaan.
4.2.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene in zijn visie nog onvoldoende is gestabiliseerd en hij daarom voortgezette klinische zorg op dit moment nog noodzakelijk acht. Hij licht toe dat recentelijk, terwijl de aanvraag van een zorgmachtiging in voorbereiding was, betrokkene van de afdeling HIC is ontslagen wegens onvoldoende aanwijzingen op dat bewuste moment duidend op onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daaropvolgend is betrokkene onder invloed van waanachtige overtuigingen langs de snelweg A58 gaan lopen, waarop zij kort daarna opnieuw klinisch is opgenomen. Naast dat er veel zaken zijn, waardoor betrokkene momenteel psychisch wordt belast, geeft zij blijk van frequent wisselende opvattingen over de zorg en behandeling die zij (nog) nodig heeft. Dit maakt het lastig om in dit stadium aan te geven voor welke periode verplichte voortgezette klinische zorg nog noodzakelijk zal zijn. Wel verwacht hij dat, zodra betrokkene voldoende zal zijn gestabiliseerd om met ontslag te kunnen, er in elk geval nog enige tijd ambulante nazorg noodzakelijk zal zijn. De psychiater staat daarom achter het verzoek met dien verstande, dat hij strikt genomen op dit moment niet de noodzaak ziet voor het verplicht (kunnen) toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en insluiten.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij al een aantal jaren bekend is met zijn cliënte en met haar achtergrond. Uit het voorgesprek met zijn cliënte heeft hij kunnen opmaken dat zij zich voorafgaand aan de crisis(her)opname in een stressvolle situatie bevond en er bij haar grote behoefte aan een time-out periode was. Dit soort momenten hebben zich in het verleden vaker voorgedaan. Betrokkene heeft toen steeds consequent meegewerkt aan de haar geboden klinische zorg, waardoor deze opnames qua duur beperkt zijn gebleven. Ook heeft zijn cliënt zelfs op enig moment, toen zij vond dat dit nodig was, op eigen verzoek om een machtiging verplichte zorg - bij wijze van extra vangnet - gevraagd. Zij laat op dit moment nadrukkelijk blijken dat zij terug wil naar haar familie in Hilversum. Als haar raadsman steunt hij zijn cliënt in deze wens. Dit ook omdat hij er volledig op vertrouwt dat betrokkene aan de klinische zorg, die op dit moment nog nodig is om voldoende te stabiliseren, in een vrijwillig kader consequent zal blijven meewerken en de klinische opname daarom ook in dit geval qua duur beperkt zal kunnen blijven. Met deze toelichting stelt hij zich namens zijn cliënt op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de zitting naar het oordeel van de rechtbank gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in de eerste plaats in aanmerking dat uit de stukken blijkt dat zich recent een risicovolle (crisis)situatie heeft voorgedaan, nadat betrokkene na een ontslag van de afdeling HIC, terwijl de aanvraag van een zorgmachtiging in voorbereiding was, onder invloed van wanen langs de snelweg A58 is gaan lopen. Aan deze actie kleefden grote risico’s voor haarzelf en voor anderen. Verder is de rechtbank uit de mondelinge behandeling gebleken dat in de visie van haar behandelaar er ook op dit moment nog sprake is van psychotische kwetsbaarheid van betrokkene, nu zij kampt met een veelheid aan wanen, waardoor zij in haar denken, oordelen en handelen grotendeels wordt beheerst.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder in dit geval te
verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met haar
ambulant behandelteam; de frequentie van dat contact zal op geleide van het
toestandsbeeld door het ambulant behandelteam worden bepaald;
- opnemen in een accommodatie.
De hiervoor genoemde zorgvormen worden dus toegewezen. Daarbij merkt de rechtbank dan overigens ten aanzien van de zorgvorm ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ voor alle zeker-/duidelijkheid nog op dat deze vorm van verplichte zorg bij de op 26 maart 2026 mondeling gegeven beslissing werd toegewezen, maar in de kennisgeving mondelinge uitspraak abusievelijk niet werd aangekruist. Deze omissie is daarmee hersteld.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
5.6.
Betrokkene heeft ter zitting mondeling aangegeven dat zij bereid is om de klinische opname, indien haar behandelaar dit noodzakelijk acht, voorlopig nog even vrijwillig voort te zetten. Echter heeft zij ook aangegeven dat zij liever vandaag nog dan morgen naar haar in Hilversum woonachtige familie wenst terug te keren. Rekening houdend met de niet bestendige opstelling van betrokkene dient de rechtbank het er dan ook voor te houden dat zij zich verzet zich tegen de zorg, die volgens haar behandelaar op dit moment noodzakelijk is.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor de duur van drie weken, als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats],
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.