Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3421

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
C/02/446096 / FA RK 26-1359
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvvgz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis en middelengebruik

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen gecombineerd met middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene woont zelfstandig, werkt drie dagen per week en ervaart een lichte verbetering, maar is ambivalent over medicatiegebruik en vertoont wisselend middelengebruik.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een casemanager en een maatschappelijk werker gehoord. De casemanager en maatschappelijk werker gaven aan dat betrokkene zorg nodig heeft vanwege zijn psychotische klachten en middelengebruik, die leiden tot overlast, agressie en risico op ernstig nadeel zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is wilsonbekwaam en accepteert niet altijd vrijwillig de noodzakelijke zorg.

De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en toezicht, onderzoek aan persoon en woonruimte, en opname in een accommodatie bij decompensatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden tot 27 september 2026.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Willemsen, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446096 / FA RK 26-1359
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheid (Wvvgz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend aan de [adres 1] ,
advocaat mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 maart 2026.
  • het gewijzigde verzoekschrift, binnen gekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden bij [accommodatie] aan [adres 2] te [plaats] op 27 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager [accommodatie] ;
  • mevrouw [persoon 2] , maatschappelijk werker [accommodatie] .

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt naar voren dat het de goede kant op gaat en dat er sprake is van een stijgende lijn. Hij heeft bijna geen last meer van stemmen in zijn hoofd. Betrokkene heeft zijn drugsgebruik aangepast ten opzichte van een jaar geleden en slaat geen nachten meer over. Hij neemt nu zijn verantwoordelijkheid. Betrokkene accepteert de medicatie in tabletvorm vrijwillig, maar hij wil geen depotmedicatie. Betrokkene vindt spuiten niet fijn. Hij haalt om de twee weken de medicatie in tabletvorm op bij de apotheek en is ingesteld op deze medicatie. Betrokkene werkt drie dagen per week bij een fietsenmaker. Dit is een goede voorbereiding om terug te keren op de arbeidsmarkt. Het maken van fietsen is de hobby en passie van betrokkene.
3.2.
De casemanager verklaart dat er een stijgende lijn zichtbaar is omtrent het accepteren van zorg, maar tijdens de gesprekken met betrokkene wordt soms nog ambivalentie opgemerkt. Betrokkene vindt het lastig om in te zien dat hij medicatie nodig heeft en raakt de medicatie soms kwijt. Over het accepteren van een depot wordt het gesprek gevoerd worden met betrokkene. Als betrokkene een depot accepteert, hoeft hij de medicatie niet meer dagelijks in te nemen. De zorgvorm “verrichten van medische controles” is noodzakelijk om de bloedspiegel van betrokkene te controleren. Een opname is alleen noodzakelijk bij decompensatie.
3.3.
De maatschappelijk werker geeft aan dat er sprake is van wisselend middelengebruik. Betrokkene moet hierover eerlijk zijn naar zichzelf, want dat maakt het makkelijker voor de toekomst. Het is beter voor betrokkene als hij geen drugs gebruikt.
3.4.
De advocaat voert aan dat betrokkene refereert aan het oordeel van de rechtbank wat betreft het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en het aanbrengen van beperkingen het eigen leven in te richten. De overige zorgvormen zijn niet noodzakelijk. Bij decompensatie kan er sprake zijn van een opname.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overlegde stukken en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank neemt onder andere in aanmerking dat betrokkene kampt met akoestische hallucinaties en paranoïde gedachten. Er is sprake van achterdocht en angst. Betrokkene veroorzaakt vanuit zijn psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door fors middelengebruik, overlast en hinderlijk en agressief gedrag.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is ambivalent in het accepteren van zorg en het accepteren van de gestelde diagnose. Tevens zijn er momenten dat betrokkene medicatieontrouw is. Betrokkene is wilsonbekwaam. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid,
alleen bij decompensatie gedurende de looptijd van de zorgmachtiging;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene,
alleen bij decompensatie tijdens een opname in een accommodatie;
- onderzoek aan kleding of lichaam,
alleen bij decompensatie tijdens een opname in een accommodatie;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen,
alleen bij decompensatie tijdens een opname in een accommodatie;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen,
alleen bij decompensatie tijdens een opname in een accommodatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie,
alleen bij decompensatie gedurende de looptijd van de zorgmachtiging.
De rechtbank zal de zorgvormen insluiten en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek afwijzen nu, na bespreking ter zitting, niet is gebleken dat deze vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.9.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
4.10.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.