Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3422

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
C/02/446043 / FA RK 26-1332
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor betrokkene

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1978, voor de duur van twaalf maanden tot en met 27 maart 2027. Deze machtiging betreft verplichte geestelijke gezondheidszorg conform artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Betrokkene lijdt aan een combinatie van psychische stoornissen waaronder schizofreniespectrumstoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en verslavingsstoornissen. Deze aandoeningen leiden tot ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, materiële schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene erkent de noodzaak van de zorgmachtiging en ziet af van het recht om gehoord te worden.

De verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, en het verrichten van medische controles. De rechtbank acht deze maatregelen noodzakelijk en evenredig om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, mede gezien recente stressfactoren zoals een verhuizing, medicatiewijziging en het overlijden van betrokkens moeder.

De rechtbank concludeert dat aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg is voldaan en verleent de machtiging voor de gevraagde periode. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446043 / FA RK 26-1332
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheid (Wvvgz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende aan de [adres] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 maart 2026;
  • een door betrokkene en zijn advocaat getekende instemmingsverklaring van 24 maart 2026;
  • een e-mail namens de officier van justitie van 26 maart 2026.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 10 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De beoordeling

4.1.
Op 10 november 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 10 mei 2026, met daarin de navolgende vormen van verplichte zorg:
  • het toedienen van medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
4.2.
Uit de referteverklaring leidt de rechtbank af dat betrokkene het verzoekschrift heeft besproken met zijn advocaat, dat betrokkene erkent dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek, met de daarin opgenomen vormen van verplichte zorg, wordt voldaan, dat betrokkene afziet van het recht te worden gehoord en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en/of middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
4.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Het ernstig nadeel is door of namens betrokkene niet betwist.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Gebleken is dat betrokkene zich momenteel niet verzet tegen verplichte zorg en dat hij kan instemmen met een zorgmachtiging. Het herstel van betrokkene is echter nog te pril om uit te kunnen gaan van bestendigheid van de vrijwilligheid. Daarnaast is een periode met veel veranderingen aangebroken voor betrokkenen, waaronder een verhuizing naar een nieuwe omgeving en een wisseling van medicatie. Tevens is onlangs de moeder van betrokkene overleden. Het is de verwachting dat al deze veranderingen de nodige stress voor betrokkene opleveren en dat hierdoor een verhoogd risico op ontregeling ontstaat.
4.7.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
4.10.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 maart 2027.
Deze beschikking gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Oonincx als griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.