De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van ouders om een opbouwende onbegeleide omgangsregeling met hun dochter vast te stellen. De minderjarige verblijft bij pleegouders en heeft een grote kwetsbaarheid door verstandelijke en lichamelijke beperkingen. Het gezag is beëindigd en Stichting Nidos is voogd.
De ouders willen de omgang uitbreiden en zonder begeleiding, maar de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren dit af vanwege de intensieve zorgbehoefte van de dochter en het risico van overprikkeling. De ouders tonen onvoldoende erkenning van de zorgbehoefte en er is wantrouwen tussen hen en de GI.
De rechtbank concludeert dat uitbreiding van de omgang zonder begeleiding niet in het belang van de minderjarige is. De huidige regeling met begeleide bezoeken op woensdagochtend blijft van kracht, met mogelijke verschuiving naar de middag om schoolverzuim van andere kinderen te voorkomen. Het verzoek wordt afgewezen.