AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing verzoek tot toevoeging patroniem als tweede voornaam minderjarigen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van de wettelijk vertegenwoordigers van drie minderjarigen om een patroniem als tweede voornaam toe te voegen. De minderjarigen wonen in Nederland en hebben de Nederlandse nationaliteit. Het verzoek is gebaseerd op culturele en familiale overwegingen, waarbij het patroniem de afkomst en vaderlijke lijn weerspiegelt.
De rechtbank stelde vast dat de eerste voornamen ongewijzigd blijven en dat het verzoek niet in strijd is met de wettelijke maatstaven uit artikel 1:4 BWPro. De ambtenaren van de burgerlijke stand van de betrokken gemeenten Tilburg en Breda hebben geen bezwaar tegen de naamswijziging. De rechtbank weegt het persoonlijke belang van de verzoekers en minderjarigen zwaarder dan het publieke belang bij naamsconsistentie.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BWPro wordt het verzoek toegewezen en wordt de burgerlijke stand gelast de tweede voornaam met het patroniem toe te voegen. De beschikking is openbaar uitgesproken door mr. Van de Kraats, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek tot toevoeging van een patroniem als tweede voornaam bij drie minderjarigen wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/443144 FA RK 25-6510
27 maart 2026
beschikking betreffende voornaamswijziging
in de zaak van
[verzoeker 1],
en
[verzoeker 2] ,
wonende in [plaats] ,
in hun hoedanigheid van wettelijk
vertegenwoordigers van na te noemen minderjarigen,
hierna te noemen verzoekers,
advocaat mr. A.W. van Luipen.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de verwijzingsbeschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 9 december 2025;
- het op 13 november 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de akte met [nummer 1] van het jaar 2016 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg;
- de akte met [nummer 2] van het jaar 2018 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg;
- de akte met [nummer 3] van het jaar 2020 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Breda;
- de op 21 januari 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 2. te noemen belanghebbende;
- de op 6 februari 2026 ontvangen instemmingsverklaringen van de hierna onder 1. te noemen belanghebbende.
1.2 Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:
1. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg (met betrekking tot de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] );
2. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda (met betrekking tot de [minderjarige 3] ).
1.3 Na te noemen [minderjarige 1] is gelet op zijn leeftijd in staat gesteld zijn mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Hij heeft op 9 februari 2026 met de kinderrechter gesproken.
2 Het verzoek
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van de minderjarigen
- [minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2016;
- [minderjarige 2] , geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedag 2] 2018;
- [minderjarige 3] , geboren in [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2020.
3.De beoordeling
3.1
In voormelde geboorteakte staan als voornamen van de minderjarigen vermeld:
- ‘ [minderjarige 1] ’;
- ‘ [minderjarige 2] ’;
- ‘ [minderjarige 3] ’.
3.2
Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit hebben.
3.3
In rechte staat vast dat verzoekers de wettelijk vertegenwoordigers zijn van de minderjarigen. Zij worden in hun verzoek ontvangen.
3.4
Omdat de minderjarigen in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen binnen haar rechtsgebied is gelegen.
3.5
Aangezien verzoekers en de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit hebben, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek.
3.6
Verzoekers verzoeken om bij de minderjarigen als tweede voornaam toe te voegen ‘ [patroniem] ’. Zij leggen aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Bij de geboorteaangifte van hun zonen was het hun wens om aan de kinderen een patroniem te geven. In hun cultuur is dat een belangrijk onderdeel van de naamgeving. Het geeft de afkomst van een kind aan en verwijst direct naar de vader van het kind. Helaas was het bij de geboorteaangiften niet mogelijk om een patroniem toe te voegen. Dit valt verzoekers zwaar. Zij hebben het gevoel dat zij hun kinderen niet de cultuur en traditie kunnen meegeven die voor hen belangrijk is. Met dit verzoek willen zij dit alsnog kunnen doen. De verzochte tweede voornaam (het patroniem) ‘ [patroniem] ’ komt uit de Russische naamgevingstraditie en betekent letterlijk zoon van [naam] . Een patroniem wordt gevormd door de voornaam van de vader plus een achtervoegsel: voor mannen: -ovich of -evich (zoon van). Ten tijde van de geboorte van verzoeker was Oekraïne nog onderdeel van Rusland en had hij de Russische voornaam [naam] . De geboorteakte van verzoeker waarop deze voornaam staat is ingediend. Nadat Oekraïne is afgesplitst, is de Russische voornaam van verzoeker door de Oekraïense autoriteiten omgezet in de Oekraïense variant [verzoeker 1] .
3.7
Uit voormelde instemmingsverklaringen blijkt dat de ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeente Breda en van de gemeente Tilburg geen bezwaar hebben tegen toewijzing van het verzoek.
3.8
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BWPro kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BWPro niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
3.9
Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.
De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van de minderjarigen. Daarbij is in aanmerking genomen dat naar het oordeel van de rechtbank verzoekers hun wens en hun belang bij een patroniem voor de kinderen voldoende hebben onderbouwd. Verder wordt in aanmerking genomen dat de eerste voornamen van de kinderen ongewijzigd blijven.
Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BWPro geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen.
4.De beslissing
De rechtbank
4.1
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg de voornaam van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met [nummer 1] van het jaar 2016 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornamen voortaan luiden: ‘ [voornamen 1] ’;
4.2
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg de voornaam van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met [nummer 2] van het jaar 2018 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornamen voortaan luiden: ‘ [voornamen 2] ’;
4.3
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda de voornaam van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met [nummer 3] van het jaar 2020 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornamen voortaan luiden: ‘ [voornamen 3] ’.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats en in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het