De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 7 augustus 2020 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De ondertoezichtstelling is reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk tot 7 april 2026.
De GI verzoekt verlenging tot 7 augustus 2026, omdat de minderjarige nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het negatieve gedrag van de minderjarige neemt toe, en zij krijgt onvoldoende ondersteuning bij het omgaan met emoties. Er is een psychologisch onderzoek ingezet om beter inzicht te krijgen in haar problematiek en de benodigde hulpverlening. De ouders staan niet open voor een MST-traject, maar werken wel mee aan het onderzoek.
De ouders willen de hulpverlening graag vrijwillig voortzetten en erkennen de gedragsproblematiek. Zij werken mee en tonen groei, maar ervaren ook communicatieproblemen met de GI. De kinderrechter oordeelt dat de ernstige bedreiging niet voldoende wordt weggenomen binnen het vrijwillige kader en dat voortzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om regie en zicht op de hulpverlening te houden.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor vier maanden tot 7 augustus 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is genomen in het belang van de minderjarige en met het oog op het waarborgen van de continuïteit van de hulpverlening en diagnostiek.