Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3436

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
C/02/439015 FA RK 25-4310
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Baggel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met overeenstemming over ouderschapsplan en verdeling gemeenschappelijke goederen

Partijen zijn in 2013 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben een minderjarig kind geboren in 2016. Hun huwelijk is duurzaam ontwricht. De vrouw verzoekt echtscheiding, kinderalimentatie, huurderschap van de echtelijke woning en verdeling van de gemeenschappelijke goederen. De man verzoekt eveneens echtscheiding en opname van de getroffen regelingen.

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de echtscheiding en nevenvoorzieningen, vastgelegd in een ouderschapsplan en addendum. De rechtbank neemt deze afspraken over en wijst het verzoek tot kinderalimentatie af omdat partijen hierover reeds een regeling hebben getroffen. De overige verzoeken zijn ingetrokken en worden afgewezen.

De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, benoemt een notaris voor de verdeling van de gemeenschappelijke goederen en bepaalt dat de vrouw huurster wordt van de echtelijke woning. De onderlinge regelingen uit het ouderschapsplan en addendum maken deel uit van de beschikking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en neemt het ouderschapsplan en addendum op in de beschikking, wijst overige verzoeken af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/439015 FA RK 25-4310
datum uitspraak: 27 maart 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[naam] ,
volgens de BRP-gegevens ook genaamd:
[de vrouw] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. R.E. Teusink,
tegen
[de man] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. E.C.G. Vermue.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 18 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 21 november 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Vermue van 8 december 2025 met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Teusink van 11 december 2025;
- het F9-formulier van mr. Vermue van 18 maart 2026;
- de beschikking van de rechtbank van 20 januari 2025.
1.2.
Na te noemen minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening
kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek
.Zij heeft van die gelegenheid gebruik
gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 2013 in de gemeente Roosendaal met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen;
- uit hun huwelijk is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren:
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016;
- de vrouw bezit de Poolse nationaliteit en de man bezit de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

3.De verzoeken

3.1.
De vrouw verzoekt nu, samengevat,
- echtscheiding;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarige van € 322,= per maand;
- bepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn;
- bevel tot verdeling van de gemeenschappelijke goederen;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking.
3.2.
De man verzoekt nu, samengevat,
- echtscheiding;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking.

4.De beoordeling

4.1
Ten aanzien van de financiële vermogensrechtelijke nevenvoorzieningen merkt de rechtbank het volgende op. Bij beschikking van de kantonrechter van 20 januari 2025 is over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan de vrouw bewind ingesteld. Tot bewindvoerder is benoemd Gewoon Beheer B.V., gevestigd te Roosendaal (hierna: de bewindvoerder). De advocaat van de vrouw, mr. Teusink, heeft zich ook gesteld voor de bewindvoerder en treedt ten aanzien van de financiële/vermogensrechtelijke aspecten namens hem in rechte op. Met betrekking tot de financieel/vermogensrechtelijke onderdelen van het verzoek is de bewindvoerder de formele procespartij en wat betreft de overige onderdelen is de vrouw de formele procespartij. De rechtbank zal in het navolgende wel blijven spreken over “de man”, “de vrouw” en “partijen”.
4.2
Bij brief van 8 december 2025 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat deze overeenstemming (deels) is vastgelegd in een ouderschapsplan en addendum. Gelet op de overeenstemming wijzigt de man zijn verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.2. is weergegeven.
4.3
Bij F9-formulier van 11 december 2025 is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw wijzigt haar verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is vermeld. De vrouw verzoekt om de zaak schriftelijk af te doen. Bij F9-formulier van 18 maart 2026 is namens de man bevestigd dat hij daarmee instemt.
4.4
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de echtscheiding en de nevenvoorzieningen. De vrouw verzoekt (onder meer) een nevenvoorziening over de kinderalimentatie te treffen. Uit het ouderschapsplan volgt dat partijen over dit onderwerp al in onderling overleg een regeling hebben getroffen. Doordat de afspraken uit het ouderschapsplan in deze beschikking zijn opgenomen, hebben partijen geen belang meer bij een beslissing van de rechtbank. De rechtbank wijst het verzoek daarom af. De afspraken die partijen hebben gemaakt kunnen ten uitvoer worden gelegd, omdat het ouderschapsplan in deze beschikking is opgenomen.
De bereikte overeenstemming komt de rechtbank voor het overige niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen.
4.5
Nu de overige verzoeken zijn ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2013 in de gemeente Roosendaal met elkaar gehuwd;
beveelt, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen ten overstaan van een notaris en benoemt mr. M.A.C.C. van Kreij, notaris, gevestigd te Roosendaal, dan wel haar opvolger, waarnemer of plaatsvervanger, tot notaris ten overstaan van wie die verdeling zal plaatsvinden;
benoemt tot onzijdige personen. mr. W.H.P. de Jongh, Kloosterstraat 6, 4701 KK Roosendaal en mr. B.P.A. van Beers, Laan van Brabant 22, 4701 BK Roosendaal, tot vertegenwoordiging van de man respectievelijk de vrouw indien deze niet meewerkt tot de verdeling;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] ;
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan en addendum deel uitmaken van deze beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en in tegenwoordigheid van
mr. Maas-Klink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.