Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel bij een zorginstelling na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene stelt dat zij niet psychotisch is en dat opname niet nodig is, terwijl de behandelaar en psychiater wijzen op een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met medicatieweigering en dreigend ernstig nadeel.
Tijdens de zitting bevestigen de behandelaar en psychiater dat betrokkene medicatie gedwongen moet innemen en dat terugkeer naar huis waarschijnlijk leidt tot terugval. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, veroorzaakt door een schizofreniespectrumstoornis.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel toe voor drie weken en bepaalt dat verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie noodzakelijk zijn. Andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. Betrokkene verzet zich, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is op 27 maart 2026 mondeling gegeven en op 10 april 2026 schriftelijk bevestigd.