Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3443

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
C/02/445790 / FA RK 26-1209
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met bipolaire stoornis na crisismaatregel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1999, die reeds onder een voortgezette crisismaatregel viel tot 11 maart 2026. Betrokkene verbleef op dat moment in een zorginstelling en verzet zich tegen medicatie die noodzakelijk is voor haar stabilisatie.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat zij tijdelijk dissocieerde door een reiki-behandeling en wenste zij ambulante zorg vanuit huis voort te zetten zonder medicatie, vanwege bijwerkingen. De behandelaar en psychiater stelden echter dat betrokkene lijdt aan een bipolaire I stoornis met manische ontregeling en dat medicatie noodzakelijk is om verdere decompensering te voorkomen. Betrokkene vertoonde gedragsontregeling en gevaarlijk gedrag, zoals het gebruik van een föhn bij water en verbale agressie.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor veiligheid. Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en betrokkene zich verzet tegen noodzakelijke zorg, is verplichte zorg gerechtvaardigd. De rechtbank wees meerdere vormen van verplichte zorg toe, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht, voor de duur van zes maanden.

De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en verzet tegen noodzakelijke zorg bij betrokkene met een bipolaire stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445790 / FA RK 26-1209
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Yeral;
- de heer [persoon 1] , psychiater;
- de heer [persoon 2] , zaalarts, aios, behandelaar;
  • [persoon 3] , verpleegkundige;
  • [persoon 4] , coassistent;
  • de moeder van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 11 maart 2026. Betrokkene verblijft op grond van de nawerking van deze machtiging bij [zorginstelling] te [locatie] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. Het verzoek betreft een zorgmachtiging aansluitend op de voortzetting van de crisismaatregel nu de voortzetting van de crisismaatregel is verleend tot en met 11 maart 2026 en het verzoek tot een zorgmachtiging door de officier van justitie is ingediend op 9 maart 2026. Op de zitting werd gezegd dat de aanvraag pas op 12 maart is ingediend. Dit werd op dat moment niet betwist. Bij het schrijven van deze beschikking is gebleken dat de aanvraag wel op tijd is ingediend door de officier van justitie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij als gevolg van een reiki behandeling tijdelijk dissocieerde. Betrokkene vindt dat zij een tweede kans verdient en zij heeft de wens om de zorg ambulant vanuit haar thuissituatie voort te zetten. Zij vindt dat zij hier stabiel genoeg voor is. Verder vindt betrokkene dat zij haar huidige medicatie niet nodig heeft. Zij ervaart veel bijwerkingen van deze medicatie. Als het noodzakelijk wordt geacht, is betrokkene bereid tot de inname van medicatie.
4.2.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene voorafgaand aan de opname sprake was van een manisch toestandsbeeld met floride associatieve gedachten. Betrokkene was niet stabiel en zij had slaapproblemen. Betrokkene verblijft op dit moment vijftig dagen bij [zorginstelling] te [locatie] . In de beginperiode van haar opname was sprake van vrijwilligheid. Gedurende de opname is gebleken dat medicatie noodzakelijk is om betrokkene te stabiliseren. Betrokkene verzet zich echter tegen de medicatie. Als betrokkene haar medicatie niet inneemt, dreigt zij opnieuw te decompenseren. De behandelaar acht de zorgmachtiging ook noodzakelijk om de ambulante zorg op te starten.
4.3.
De psychiater sluit zich aan bij de behandelaar. Bij betrokkene is een bipolaire I stoornis vastgesteld. Betrokkene spreekt de wens en de intentie uit om te stoppen met haar medicatie, maar volgens de behandelaar is het hiervoor te vroeg. Uit de zitting blijkt dat betrokkene openstaat voor alternatieve medicatie, maar deze medicatie is niet geschikt voor haar.
4.4.
De verpleegkundige vult de behandelaar en de psychiater tijdens de zitting aan door aan te geven dat betrokkene gecontroleerd moet worden op de inname van haar medicatie. Betrokkene heeft namelijk eerder haar medicatie in kauwgom verstopt.
4.5.
De advocaat verzoekt namens betrokkene om afwijzing van het verzoek, nu er geen sprake is van actief verzet. Betrokkene spreekt de wens uit om te stoppen met haar medicatie, maar volgens de advocaat is er geen sprake van het weigeren van de medicatie. Subsidiair verzoekt de advocaat om bij toewijzing van het verzoek de zorgmachtiging voor een kortere duur toe te wijzen, nu momenteel al toegewerkt wordt naar een terugkeer naar huis.
4.6.
De moeder van betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene bereid is de medicatie in te nemen als dit noodzakelijk wordt geacht.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van bipolaire- stemmingsstoornissen en overige dsm-5 stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene sprake is van een manisch toestandsbeeld met duidelijke gedragsontregeling. Tijdens een manische ontregeling is er sprake van psychomotorische onrust, een verminderde slaapbehoefte met nachtelijke activiteiten en verhoogde energie, ontremd en impulsief handelen en gedesorganiseerd gedrag. Ook is er sprake van gevaarlijke handelingen waarbij betrokkene bijvoorbeeld een föhn gebruikt terwijl er een laag water in haar kamer staat. Verder uit betrokkene zich verbaal agressief richting hulpverleners en haar partner en zij heeft haar kamer volledig beklad met zwarte verf.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van de zorg die noodzakelijk is. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
27 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.