De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1999, die reeds onder een voortgezette crisismaatregel viel tot 11 maart 2026. Betrokkene verbleef op dat moment in een zorginstelling en verzet zich tegen medicatie die noodzakelijk is voor haar stabilisatie.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat zij tijdelijk dissocieerde door een reiki-behandeling en wenste zij ambulante zorg vanuit huis voort te zetten zonder medicatie, vanwege bijwerkingen. De behandelaar en psychiater stelden echter dat betrokkene lijdt aan een bipolaire I stoornis met manische ontregeling en dat medicatie noodzakelijk is om verdere decompensering te voorkomen. Betrokkene vertoonde gedragsontregeling en gevaarlijk gedrag, zoals het gebruik van een föhn bij water en verbale agressie.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor veiligheid. Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en betrokkene zich verzet tegen noodzakelijke zorg, is verplichte zorg gerechtvaardigd. De rechtbank wees meerdere vormen van verplichte zorg toe, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht, voor de duur van zes maanden.
De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met de mogelijkheid tot cassatie.