Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag van 6 augustus 2025 voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd op 12 augustus 2025 ontvangen door het UWV. Nadat eiseres het UWV op 2 december 2025 in gebreke stelde en het UWV deze ingebrekestelling op 5 december 2025 ontving, verstreken twee weken zonder dat het UWV een besluit nam.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het UWV verklaart dat de vertraging het gevolg is van een structureel tekort aan primaire verzekeringsartsen en onduidelijkheid over wanneer een besluit kan worden genomen, acht de rechtbank het belang van een zorgvuldige en tijdige besluitvorming zwaarwegend.
Daarom legt de rechtbank het UWV op om binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden, respectievelijk € 397,- en € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 21 april 2026.