Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3456

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
BRE 25/4824
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens tegemoetkoming

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Het beroep richtte zich niet zozeer op de inhoud van het besluit, maar op de toerekening van de uitkering aan verzoekster als eigen-risicodrager. Tijdens de procedure heeft het UWV op 9 december 2025 toegezegd de door verzoekster gemaakte loon- en re-integratiekosten te vergoeden en haar los te koppelen van de WGA-premie indien een WIA-uitkering wordt toegekend aan de (ex)werknemer.

Naar aanleiding van deze toezegging heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop het UWV akkoord is gegaan met de proceskostenveroordeling.

De rechtbank oordeelt dat het UWV geheel aan verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskostenvergoeding bedraagt € 934,-, bestaande uit de kosten van het ingediende beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 april 2026. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4824

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van 8 augustus 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 9 december 2025 heeft toegezegd de schade van verzoekster te vergoeden en haar los te koppelen van de WGA-premie indien er een WIA-uitkering wordt toegekend aan de (ex)werknemer.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te zijn met een veroordeling in de proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2] Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 17 september 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard. De rechtbank stelt vast dat het beroep niet zo zeer was gericht tegen de inhoud van het besluit op zich, maar tegen het feit dat de uitkering aan eiseres als eigen-risicodrager werd toegerekend. Op 9 december 2025 heeft het UWV toegezegd de door eiseres gemaakte loon- en re-integratiekosten te vergoeden. Met deze toezegging is er feitelijk tegemoetgekomen aan het beroep van eiseres.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 28 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.