ECLI:NL:RBZWB:2026:3460
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. de Weijze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kinderbijslag wegens ontbreken verzekering op peildatum
Eiseres, met de Oekraïense nationaliteit en een geldige verblijfstitel, had vanaf het derde kwartaal van 2022 recht op kinderbijslag. Op 1 juli 2025, de peildatum voor het derde kwartaal van 2025, was eiseres echter niet werkzaam in Nederland en ontving zij geen loon of uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot daarom geen kinderbijslag toe te kennen voor dat kwartaal.
Eiseres stelde dat zij op 1 juli 2025 al een mondelinge arbeidsovereenkomst had en dat het onthouden van kinderbijslag over een volledig kwartaal onevenredig was. Zij voerde tevens aan dat de Svb haar onderzoeksplicht niet had nageleefd door niet bij de werkgever te verifiëren of er een arbeidsovereenkomst bestond.
De rechtbank stelde vast dat de schriftelijke arbeidsovereenkomst pas op 2 juli 2025 was getekend en inging op 7 juli 2025. Er was geen bewijs van een eerdere mondelinge overeenkomst of dat eiseres op 1 juli werkzaamheden verrichtte. De rechtbank oordeelde dat eiseres op de peildatum niet verzekerd was op grond van de AKW en dat de Svb terecht het beroep ongegrond had verklaard. Het evenredigheidsbeginsel was niet van toepassing vanwege het dwingendrechtelijke karakter van de AKW.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op kinderbijslag over het derde kwartaal van 2025 wordt ongegrond verklaard omdat zij op de peildatum niet verzekerd was.