ECLI:NL:RBZWB:2026:3491

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
BRE 25/4978
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • S. Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bij termijnoverschrijding bezwaarschrift omgevingsvergunning

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda, waarbij haar bezwaarschrift tegen de verleende omgevingsvergunning niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De vergunning was verleend op 11 september 2024, maar het bezwaarschrift werd pas op 21 april 2025 ontvangen.

Eiseres voerde aan dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was vanwege een storing in de attenderingsservice van www.officielebekendmakingen.nl, waardoor zij geen attenderingsberichten ontving. De rechtbank oordeelde dat deze storing niet verschoonbaar was omdat de publicatie van het besluit wel had plaatsgevonden en eiseres de mogelijkheid had om zelf de status van de vergunning te controleren.

De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin werd benadrukt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende is om op de hoogte te blijven van besluiten. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende actie had ondernomen om tijdig bezwaar te maken.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding die niet verschoonbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4978
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen

[vereniging] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 16 september 2025 (bestreden besluit) waarbij het college haar bezwaarschrift niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens een termijnoverschrijding. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en [gemachtigde 2] namens het college.
1.2.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college met het bestreden besluit het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat het bezwaar te laat is ingediend. Na de vergunningverlening op 11 september 2024 ontving het college namelijk pas op 21 april 2025 een bezwaarschrift. In de kern komen de beroepsgronden van eiseres erop neer dat dit verschoonbaar (of: verontschuldigbaar) is omdat zij geen attenderingsberichten heeft ontvangen van de verleende vergunning, hoewel zij wel staat aangemeld voor die service.
3.1.
Uit de informatie van het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) die eiseres in de procedure heeft gebracht, blijkt dat er op momenten in september 2024 een verstoring is geweest in de verzending van attenderingsberichten vanuit www.officiëlebekendmakingen.nl en in de zoekfunctie op de website. Die verstoring heeft tot 4 oktober 2024 geduurd. Dat was ruim vóórdat de bezwaartermijn van zes weken verstreek.
Los van de vraag of de verstoring in de verzending van de attenderingsberichten alle internetproviders raakte of alleen de provider die in de informatie wordt genoemd (Ziggo), maakt dit de termijnoverschrijding, naar het oordeel van de rechtbank, niet verschoonbaar.
3.2.
De verstoring in verzending van attenderingsberichten betekent immers niet dat publicatie van het besluit waarmee de vergunning is verleend niet heeft plaatsgevonden en ook niet dat de publicatie van de verleende vergunning niet alsnog binnen de bezwaartermijn gezien had kunnen en moeten worden. Onweersproken is dat de aanvraag en de uitvraag om de aanvraag aan te vullen gepubliceerd waren. Eiseres kon dus weten dat er besluitvorming zou volgen. Als zij gedurende een bepaalde periode geen attenderingen meer ontving, had het op haar weg gelegen om al dan niet telefonisch of via www.officiëlebekendmakingen.nl te (blijven) informeren naar de status van de besluitvorming over de aangevraagde vergunning.
3.3.
De aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:175, maakt dit oordeel niet anders. Ook in die uitspraak is het uitgangspunt dat de attenderingsservice onverlet laat dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiseres is om ervoor te zorgen dat zij op de hoogte raakt van verleende omgevingsvergunningen. Van bijzondere omstandigheden zoals genoemd in die uitspraak is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. In die zaak had het college ter zitting vermeld dat als iemand zich voor alle soorten berichtgeving aanmeldt, men niet meer zelf hoeft te zoeken naar publicaties. Dat heeft het college in deze zaak niet verklaard en daarnaast speelt hier dat onder meer de aanvraag bij eiseres bekend kon zijn en dat door de storing geen enkele attendering meer ontvangen werd en de website niet naar behoren werkte. Dat had eiseres in beweging moeten zetten. Daarbij betrekt de rechtbank dat bij termijnoverschrijdingen de vraag naar de rechtszekerheid – onder meer voor de vergunninghouder – ook een grote rol speelt. Dat eiseres het wenselijk vindt dat het college van iedere publicatie controleert of de attenderingen worden verzonden, of na een verstoring alsnog attenderingen laat versturen dan wel lijstjes publiceert van genomen besluiten, berust niet op een wettelijke grondslag.

Conclusie en gevolgen

4. Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is om die reden ongegrond. Aan andere beroepsgronden komt de rechtbank alleen al om die reden niet toe.
4.1.
Het beroep is ongegrond en er is geen reden voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.
4.2.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026 door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.