ECLI:NL:RBZWB:2026:3523
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Uitleg en executie uitsluitend gebruik woning en bijgebouw bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend en bij voorlopige voorzieningen is bepaald dat zij het uitsluitend gebruik van de woning krijgt en de man de woning moet verlaten.
De man vertrok naar een aan de woning gebouwde ruimte (bijgebouw) en vordert dat dit verblijf wordt toegestaan, stellende dat het bijgebouw zelfstandige woonruimte is en dat hij anders dakloos wordt. De vrouw betwist dit en stelt dat het bijgebouw onlosmakelijk verbonden is met de hoofdwoning en dat het verblijf van de man spanningen veroorzaakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bijgebouw geen zelfstandige woonruimte is en dat de man de beschikking moet naleven door ook het bijgebouw te verlaten. De belangenafweging weegt het belang van de vrouw en kinderen op rust en veiligheid zwaarder dan het woonbelang van de man. De vorderingen van de man worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen van de man worden afgewezen en hij moet het bijgebouw verlaten conform de beschikking van 19 december 2025.