Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3526

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/02/446492 / FA RK 26-1580
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling wegens ernstig onmiddellijk dreigend nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1962, die verblijft in een beschermde accommodatie. De burgemeester had de inbewaringstelling op 25 maart 2026 afgegeven. Tijdens de zitting met gesloten deuren werden betrokkene, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde en een verzorgende gehoord.

De specialist en verzorgende stelden dat terugkeer naar huis geen optie is vanwege het verkeersonveilige gedrag van betrokkene, die continu wil weglopen en zich niet laat begeleiden. Betrokkene vertoont ernstig verstoord gedrag, waaronder decorumverlies en onveilig oversteken. De advocaat voerde verzet aan namens betrokkene, die niet kan communiceren en zich verzet tegen de maatregel.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychogeriatrische aandoening (fronto temporale dementie). Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen, mede omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor zes weken, tot en met 11 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens ernstig onmiddellijk dreigend nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446492 / FA RK 26-1580
Datum uitspraak: 30 maart 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats]
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2] .
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
  • mevrouw [persoon 2] , verzorgende.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft de inbewaringstelling op 25 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
De specialist ouderengeneeskunde brengt, samengevat, naar voren dat een terugkeer naar huis geen optie is. Betrokkene wil steeds naar buiten en is daarbij verkeersonveilig. De verzorgende bevestigt dit. Er dient gekeken te worden naar een passende beschermde omgeving voor betrokkene.
4.2.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op het dossier. Betrokkene kan niet communiceren en doordat hij probeert weg te lopen ziet de advocaat dat betrokkene verzet toont.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene weigert zich te verzorgen, zichzelf te verzorgen en laat zich niet begeleiden. Betrokkene zijn spraakvermogen en taalbegrip zijn als gevolg van zijn aandoening zeer ernstig aangetast. Daarnaast wil betrokkene weglopen, loopt hij veel en snel en doet dit zonder uit te kijken bij het oversteken. Betrokkene gaat naar een speeltuin en maakt geluid waar kinderen bij zijn. Tevens is er sprake van decorumverlies waarbij hij urineert in huis of in de voortuin van onbekende mensen. Voorts is het steunsysteem overbelast.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening, te weten fronto temporale dementie.
5.4.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft loopdrang, wil continu weglopen en is daarbij niet verkeersveilig.
5.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene loopt weg van de afdeling en is hierin niet te begeleiden.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft de begrenzing nodig van een gesloten setting, anders blijft betrokkene naar buiten gaan en dit zorgt voor onveilige situaties. Daarnaast is het steunsysteem overbelast geraakt.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.