De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1962, die verblijft in een beschermde accommodatie. De burgemeester had de inbewaringstelling op 25 maart 2026 afgegeven. Tijdens de zitting met gesloten deuren werden betrokkene, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde en een verzorgende gehoord.
De specialist en verzorgende stelden dat terugkeer naar huis geen optie is vanwege het verkeersonveilige gedrag van betrokkene, die continu wil weglopen en zich niet laat begeleiden. Betrokkene vertoont ernstig verstoord gedrag, waaronder decorumverlies en onveilig oversteken. De advocaat voerde verzet aan namens betrokkene, die niet kan communiceren en zich verzet tegen de maatregel.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychogeriatrische aandoening (fronto temporale dementie). Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen, mede omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor zes weken, tot en met 11 mei 2026.